VERLICHTING EN ROMANTIEK
Piet Romeijn, mei 2003
Mijn verhaal is bedoeld als een vervolg op het verhaal van Martin over de Verlichting, nu met het accent op de tegenstelling tussen de Verlichting en de Romantiek. Ik begin met een beetje inhoud te geven aan die twee begrippen.
De aanloop naar de Verlichting werd al in de 17e eeuw genomen door het rationalisme. Dat werd de kern van het natuurwetenschappelijk denken. Men geloofde dat de mens door het verwerven van kennis bevrijd kon worden van bijgeloof en vooroordeel, en soms draaide dat wel eens uit op atheïsme. De eigenlijke Verlichting was het complex van opvattingen dat in de 18e eeuw het vrije kritische denken centraal stelde, en daarbij de rede als enig uitgangspunt nam.
Romantiek als term heeft nogal uiteenlopende interpretaties, o.a. omdat romantiek ook vóór en na de Verlichting een vaste plaats had in het mensenleven. . Deze keer slaat de term op de levenshouding die tijdens de Verlichting, maar vooral na de Franse Revolutie ontstond. Die houding wordt gekenmerkt door een sterke nadruk op het gevoelsleven en de behoefte ‘terug te gaan naar de natuur’. Als reactie op de Verlichting, waarin wetenschap en verstand prevaleerden, gingen fantasie, gevoel en individualiteit een grotere rol spelen. Ook nationalisme werd een thema in deze Romantiek.
Een derde begrip dat ermee te maken heeft, is de moderniteit. Dat is de term die gebruikt wordt voor de veranderingen in het westerse denken die begonnen met de Renaissance, 14e/15e eeuw. Dat werd de breuk met de Middeleeuwen, in de vorm van een meer op de mens en de wereld gerichte levenshouding, en méér vertrouwen in het menselijk kunnen. Je kunt zo’n breuklijn nooit precies trekken, maar veel historici zien de pestepidemieën vanaf het rampjaar 1348 als een culturele waterscheiding. Na die Waterscheiding zou Thomas van Aquino zijn Summa Theologica niet geschreven kunnen hebben, maar omgekeerd zou het boek De Vorst van Machiavelli niet vóór 1348 geschreven kunnen zijn. Thomas was nog uit op verzoening tussen geloof en filosofie, maar Machiavelli was al volledig op de secularisatietoer.
Kenmerken van de moderniteit waren: openheid i.p.v. geslotenheid, verdraagzaamheid i.p.v. fanatisme, voorzichtige kritiek op de status quo, en zin voor hervorming. De eerste humanisten lieten van zich horen over hoe ze de toekomst zagen. Thomas More (16e eeuw) schreef zijn boek Utopia. Het kostte hem letterlijk de kop op het schavot. Erasmus bracht het er beter af.
De verschrikkelijke godsdienstoorlogen van de 16e en 17e eeuw betekenden de definitieve opruiming van de geestelijke basis van de Middeleeuwen. De vrede van Munster (1648) was een soort bezegeling ervan. De Verlichting is dus bepaald niet plotseling uit de lucht komen vallen.
Misschien is het goed om even te benadrukken dat Verlichting en Romantiek weliswaar tegenpolen zijn, maar niet in de zin dat één van de twee de andere zou moeten of kunnen verdringen. Ze bestaan als denkrichtingen en leefstijlen naast elkaar, en naar mijn mening is dat zelfs een goede zaak. Gemakshalve heb ik voor mijzelf die tegenstelling vereenvoudigd tot de spanning tussen verstand en gevoel.
Bij mijn lezen kwam ik allerlei typeringen van de Verlichting tegen. Ik noem er een paar:
• Isaiah Berlin (20e eeuw) zegt kernachtig: “De Verlichtingsidealen rede, opvoeding, zelfkennis, verantwoordelijkheid, welke andere hoop is er vóór ons ooit geweest?”. Kant (18e eeuw) zegt het nog korter “Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn door eigen schuld ontstane onmondigheid” en hij voegt er meteen aan toe: “Mens, durf je eigen verstand te gebruiken”. Dat laatste zegt Fromm hem na in de 20e eeuw.
Letterlijk alles omvattend was het grenzeloze vooruitgangsoptimisme, de overtuiging dat we knap genoeg zijn of kunnen worden om een ideale samenleving te maken van autonome mensen. En dat gold voor alle mensen in de wereld. De term ‘messiaans’ van Heirman is niet overdreven.
Een goede vertolker van het Verlichtingsdenken was Auguste Comte, geboren tijdens de Franse Revolutie. Tijdens de maatschappelijke desintegratie na de revolutie zag hij de oplossing niet zitten in herstel van het oude, maar in het scheppen van een nieuwe orde. In zijn visie doorloopt ieder kennisgebied in de geschiedenis drie stadia: een theologisch stadium, een metafysisch stadium, en een wetenschappelijk stadium. En als bekroning van alle wetenschappen zag hij de sociologie. Als redmiddel tegen de geestelijke anarchie van zijn tijd ontwierp hij een ‘religie der mensheid’, die spottenderwijs vaak ‘katholicisme zonder christendom’ genoemd werd.
De Romantiek.
Ik heb een tijd lang gedacht dat ik de romantiek als een reactie op de Verlichting moest zien, zoiets als de bijwerking van een geneesmiddel. Nu begrijp ik dat Verlichting en Romantiek allebei kinderen van de moderniteit zijn, en dat die twee kinderen ruzie hebben. En die ruzie is nog steeds niet bijgelegd. Bij Von der Dunk (cultuurhistoricus) vond ik bondige uitleg. Romantiek in de kunst was afwijzing van het bestaande, onderwerping van de vorm niet aan traditionele regels, maar puur aan gevoel en fantasie. In de muziek moeten we denken aan Wagner, Mendelssohn, Moessorgski, Grieg, Smetana en nog veel meer. In de tuinarchitectuur b.v. aan het verschil tussen de romantische Engelse landschapstijl en de rationele Franse tuinen van Versailles.
In de rechtswetenschap, geschiedenis en letterkunde was Romantiek de opkomst van het historische denken, waarbij aan elke tijd in beginsel een eigen waarde werd toegekend. De waarde van de traditie werd herontdekt. Het historisch gewordene kwam aldus tegenover de heftigheid van het nieuw bedachte te staan. En dat zette vraagtekens bij het geloof dat mens en samenleving vervolmaakbaar of zelfs maar maakbaar zouden zijn.
Op religieus gebied ontstond het zg. Europese réveil. De RK kerk werd toevluchtshaven voor velen die zich door de ideeën van de Verlichting te veel op zichzelf teruggeworpen voelden en naar houvast zochten.
Op maatschappelijk gebied gebeurde iets navenants. Daar manifesteerde de romantiek zich — naast de gewone weerstand tegen alle verandering — in de ontdekking van ‘volk’ en ‘natie’, als gemeenschap waarin de enkeling zich geborgen kon voelen. Een warme vorm van nationalisme als reactie op het rationalisme en atomisme van de Verlichting. In het algemeen wordt de term ‘romantiek’ vaak gebruikt om een aantal menselijke ‘eigen-aardigheden’ op één hoop te vegen. Elke eigen-aardigheid kun je te allen tijde afzonderlijk tegenkomen, zowel voor als na de Verlichting. De cultus van het gevoel is er b.v. één van. Zo ook de natuurlijke hang van mensen naar geborgenheid, naar het gevoel ergens bij te horen. En dan is het maar een klein stapje naar nationalisme. In ieder geval, al die menselijke trekjes tezamen kwamen min of meer tegelijk onder de verzamelnaam ‘Romantiek’ in de oppositie tegen het kille, verstandelijke rationalisme van de Verlichting. En natuurlijk was de religie per definitie ook tegenstander.
Deze en nóg een aantal menselijke ‘eigen-aardigheden van alle tijden’ zoals v.d. Dunk ze noemt, vertoonden zich overal én gelijktijdig eind 18e en begin 19e eeuw. Dat tijdperk is men ‘De Romantiek’ gaan noemen, en daarom wordt het ook wel eens de Contra-Verlichting genoemd.
Omdat de politieke daadkracht en het zelfbewustzijn van de burgerij in de Duitse landen relatief geringer was dan in Frankrijk en Engeland, is in Duitsland het ideaaltype van de romanticus het zuiverst te vinden, d.w.z. combinaties van sentimentalisme, reactie, wereldvlucht en gevoelsexpansie. Heirman heeft het vaak over de verschillen en tegenstellingen tussen ‘het Romaanse’ en ‘het Germaanse’ in Europa. Die zouden min of meer overeenstemmen met de tegenstelling tussen ‘het rationele’ en ‘het romantische’. Hij doelt dan op nog steeds doorwerkende kenmerken van oude Latijnse of Germaanse culturen. Geografisch uitgedrukt: grofweg het verschil tussen links en rechts van de Rijn.
Op het nationalisme ga ik even verder in, omdat het actueel is in de onderhanden zijnde Europeanisering. Nationalisme is het hedendaagse etiket op de verbondenheid tussen mensen die vanouds steunt op ‘natuurlijke’ verbanden als gezin, familie, stam, dorp, stad of gewest. Die verbanden hebben het dagelijks leven eeuwenlang geregeld, méér dan vorst of kerk ooit deden. Nationalisme staat tegenwoordig wel eens in een kwade reuk, maar laten we niet vergeten dat er moreel niets mis is met de wens om in gemeenschappen te leven op basis van gemeenschappelijke taal, cultuur, geschiedenis of wat dan ook. Het wordt pas dubieus als het ontaardt tot fanatisme en gebruikt wordt als legitimatie van immorele zaken.
Niettemin staat ook moreel onberispelijk nationalisme per definitie diametraal tegenover het Verlichtingsidee. Het is de tegenstelling tussen enerzijds het veilige gevoel van geborgenheid in een overzichtelijke gemeenschap, en anderzijds het abstracte idee dat je een wereldburger bent, een onafhankelijk individu op eigen benen, dat vrij is (zelfs verplicht is!) om zelf zijn eigen leven in te vullen met als enig instrument de rede. Ik kan mij goed voorstellen dat dat voor de een iets moois kan zijn, maar voor de ander een schrikbeeld. Denk aan Sartre, die zegt dat we ‘veroordeeld zijn tot vrijheid’. Of aan Fromm, die het heeft over ‘Angst voor vrijheid’
Nationalisme impliceert niet alleen gebondenheid en gemeenschapsgevoel, maar ook hiërarchische verhoudingen en gezag. De Franse Revolutie daarentegen preekte gelijkheid, zonder respect voor ‘helden en heiligen’. Maar het volk wil juist ‘helden en heiligen’ boven zich zien. Als het niet anders kan desnoods een Duce of een Führer, maar niet een ‘gelijke’, laat staan een kille wet en anonieme bureaucraten. Abstracties zeggen een volk weinig. Denk aan de duizenden die zich uren lang laten nat regenen voor een glimp van de koningin in een voorbijrijdende koets.
Illustratief voor het ontluikende nationalisme van de Romantiek was de dichter/filosoof Herder (1744-1803). Hij achtte ‘de zuivere rede’ van zijn leermeester Kant niet in staat om dingen als ‘de ziel van een volk’ of ‘de geest van een tijdperk’ te vatten. Hij ging op zoek naar de individuele en typische volksgeest in de volkspoëzie van de Grieken en Romeinen en van Oosterse en Europese volken. Zoals de gebroeders Grimm op zoek gingen naar oud-Duitse en oud-Deense balladen en sprookjes. Figuren als deze hebben volgens Störig grote invloed gehad op het ontwakend nationaal gevoel in de oostelijke helft van Europa.
De spanning tussen gevoel en verstand is natuurlijk net zo oud als de menselijke soort, en de persoonlijke voorkeuren voor het ene of het andere ook. Het nieuwe was dat de Verlichting aan het verstand een dominante positie gaf, en dat de gevoelscomponent daardoor in de verdrukking kwam. En dat betekende spanning en strijd.
In zijn boek Verloren Millennium typeert Heirman die strijd als volgt: In de moderniteit was de mens stuurloos uit de godsdienstoorlogen na de Reformatie te voorschijn gekomen. De Verlichting bekleedde die mens met de redelijkheid, de Romantiek met gevoel en wil. Die twee kwamen niet meer naast elkaar, maar tegenover elkaar te staan. De Verlichting wilde voor de vrij te maken mens een volkomen nieuwe wereld scheppen, toekomstmuziek dus. De Romantiek wees die uitdaging af, en zocht houvast in het verleden, in de religie, in het nationalisme, of in de filosofie van Hegel. Hoopte dus in feite oude ‘natuurlijk’ geachte geborgenheid terug te vinden.
Aanvankelijk won de Verlichting, maar de Romantiek bleef de meest geduchte tegenstander, vooral in de 19e eeuw. Toen ontstond weliswaar de zo genoemde ‘kosmopolitische’ gemeenschap van de Verlichting in Europa, maar die bleven beperkt tot een maatschappelijke elite. Bij de massa’s bleef voornamelijk de romantiek de harten en geesten beroeren, en dat werd duidelijker naarmate die massa’s mondiger werden.De Verlichtingsideeën, en daarmee de moderniteit, bleven tot diep in de 20e eeuw kwetsbaar. Dat is aan het veranderen, maar nog steeds blijkt de massa zich meer door gevoelens en symbolen te laten sturen dan door ideeën. En die symbolen mogen variëren van christelijk kruis tot hakenkruis. En de behoefte aan helden en idolen wordt nu vervuld door filmsterren, popsterren, sportsterren en figuren als Le Pen en Pim Fortuyn. Of een minister goede wetten maakt en het land goed bestuurt, betekent voor velen nog steeds minder dan hoe hij als mens overkomt. De media spelen daarop in. Hun verslag van een kamerdebat is qua terminologie en toonzetting moeilijk te onderscheiden van een verslag van een voetbalwedstrijd. En in Maastricht moesten de burgemeester en een wethouder door de politie beschermd worden tegen burgers, toen de gemeente stopte met de miljoenensubsidies aan de plaatselijke voetbalclub. Het ‘brood en spelen’ van de Romeinen is nog steeds actueel. Heirman meent dat de moderniteit nog geen synthese heeft kunnen bereiken tussen Verstand en Gevoel, tussen Verlichting en Romantiek. Ik heb gekeken wat een paar hedendaagse filosofen ervan zeggen, en ik noem er een paar:
De Franse filosoof FINKIELKRAUT stelt in 1997 de kosmopolitische wereldburger (de Verlichting dus) tegenover de nationalistische burger (de romantiek). Hij betreurt dat die kosmopolitische wereldburger niet meer wenst te erkennen dat mensen zich willen verenigen in gemeenschappen, liefst op basis van gedeelde taal, cultuur en geschiedenis. Kosmopolitisme kan heel goed binnen een natie zijn plaats krijgen, vindt hij. (Verstand en gevoel hoeven elkaar dus niet uit te sluiten)
De Poolse filosoof uit Oxford KOLAKOWSKI vindt in 1998 dat de Verlichting een groeiende leegte schept in het leven van steeds meer mensen, en hij bepleit een herwaardering van de mythe en de godsdienst. Hij noemt de illusie van menselijke almacht en autonomie de erfzonde van de moderniteit. (meer romantiek dus)
De Duitse filosoof SAFRANSKI heeft zich in 1995 verdiept in de legitimiteit van nationalisme, vaderlandsliefde en niet-universele solidariteit (dus niet de verheven ‘universele’ solidariteit van de Verlichting). Daar horen vragen bij als Wat betekenen zaken als gemeenschapsgevoel, saamhorigheid en ‘Heimat’ eigenlijk? Hoe konden zulke zaken (bij de Nazi’s b.v.) ontaarden in een onmenselijk politiek systeem, dat niettemin door mensen werd gepraktizeerd? Was dat een uitwas van De Romantiek? Verdenkingen tegen Romantiek dus. Hij citeert Dahrendorf die er op wijst dat mensen alleen maar bereid zullen zijn in een groter Europa op te gaan als ze merken dat daar ook iets van hun eigenheid bewaard blijft. Want xenofobie wordt sterker als mensen niet meer een vanzelfsprekend gevoel hebben dat ze ergens thuis horen. Toch weer Romantiek dus.
ERICH FROMM, die ik wat beter ken, zegt ongeveer het volgende: de mens heeft lichamelijke behoeften, en die kunnen dwingend zijn. Maar de menselijke natuur kent even dwingend de niet-lichamelijke behoefte zich met iets of iemand buiten zichzelf verbonden te weten. Of andersom gezegd: de noodzaak om aan eenzaamheid te ontkomen. Die behoefte aan éénheidsbeleving met anderen is machtig, want in diepste grond biologisch. Het waarom ervan is een lang verhaal, maar elementen ervan zijn enerzijds dat de mens niet alléén kan leven, maar zich anderzijds ook bewust is dat hij zich onderscheidt van anderen én van de natuur. Dat maakt dat hij zélf zin en richting aan zijn leven moet geven. (p23 in Angst v d vrijheid)
De menselijke natuur is niet een biologische constante, ook niet de optelsom van aangeboren driften, en ook niet een schaduwbeeld dat zich zonder meer voegt in culturele schema’s. Dát is zijn individualiteit. En soms ook zijn probleem.
Met voorbijgaan aan heel veel interessants vat ik de rest van zijn visie samen als dat de mens in die behoeften dient te voorzien door te handelen vanuit uitsluitend eigen denken en spontaan handelen vanuit een levenshouding die hij ‘liefde’ noemt. Evenwicht tussen Gevoel en Verstand dus.
Wat vind ik er zelf van?
Naar mijn overtuiging komen maatschappelijke veranderingen in laatste instantie voort uit veranderingen in individuele mensen. Ik heb de spanning tussen Verlichting en Romantiek gemakshalve vereenvoudigd tot de spanning tussen Verstand en Gevoel. Ik ben van mening dat geen van beide de ander te veel mag domineren, omdat ik geloof dat het dan niet goed gaat met mens en samenleving. Ik hoop dus dat de moderniteit — in de woorden van Heirman — inderdaad van eigen falen zal leren en dat er een synthese tussen die twee zal groeien. Het is een moeilijke vraag of daar al tekenen van te zien zijn. De Tweede Wereldoorlog met zijn genocide en bommentapijten op burgerbevolking, de genocide in Afrika en de etnische zuiveringen op de Balkan zijn bepaald geen hoopgevende zaken. Ik heb geprobeerd om ook het individualisme van vandaag, met al zijn uitwassen, een plaats te geven in de tegenstelling Gevoel en Verstand, maar dat lukte niet zo best, waarschijnlijk omdat we er in de tijd nog te veel met onze neus bovenop zitten. In het tijdperspectief van het millennium zou ik dus moeten stellen dat de westerse mens, hoewel bevrijd van véél beletselen uit het verleden, toch nog niet goed raad weet met de combinatie Verstand en Gevoel. Ik krijg wel eens de gedachte aan de gnostische kreet ‘We zijn als mensen op arde geworpen’, maar ik denk toch dat verbetering meer van ons mensen zal moeten komen dan van machten buiten ons. |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
Mail to promeijn@promeijn.nl |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||