New Age (en esoterie)

Piet Romeijn, februari 1999

 

Inleiding:

De eerste aanleiding voor dit bouwstuk was een verslag van de Landelijke Comparitie in het AMT van september 1998. Daarin werd o.a. aanbevolen om na te gaan of we uit New Age inspiratie zouden kunnen putten. Dat is mij niet gelukt, maar ik ben nu wel van mening dat New Age iets is waar wij vrijmetselaren op zijn minst iets meer van moeten weten dan in de krant staat.

 

Toen ik begon was ik vrij negatief over New Age. Min of meer zag ik het als oppervlakkige gedoe, soms wat bizar, soms met drugs in plaats van meditatie, soms uiting van protest of ongenoegen, soms ook zo intens dat een hele secte tegelijk zelfmoord pleegt. Er moest ergens een kern in zitten, maar die zag ik niet, nu wel. Ik heb ondervonden dat je daarvoor de z.g. helikopterblik nodig hebt: het ene ogenblik met je neus er bovenop, even later juist vanaf een hoogte naar het geheel kijken.

 

Ik ga proberen U enigszins een beeld te verschaffen van wat er omgaat onder het etiket New Age. Eigenlijk is dat onbegonnen werk. Want het is een ratjetoe van het gedachtengoed van christenen en boeddhisten, heidenen en hindoes, astrologen en spiritisten, en nog veel meer. Dat is gewoon niet onder één noemer te krijgen. (De renaissance van de esoterie, pag. 118)

 

In alle tijden hebben mensen nieuwe tijdperken aangekondigd. Het oudste voorbeeld is een mythe over tijdperken van ongeveer 2200 jaar elk, die zich telkens vernieuwen als het lentepunt van de zon naar een ander teken van de dierenriem verschuift. Volgens die leer beginnen we nu aan het Watermantijdperk. De oudere broeders herinneren zich vast nog wel de bouwstukken van wijlen Jules v.d. Rijst over Het Mechanisme der Goden. Ik stel voor New Age te beschouwen als niet meer dan een trend, waarvan de verschijningsvormen variëren van naïeve en lieve uiterlijkheden tot uitingen van diep gevoelde emotionaliteit, vroomheid en filosofische denkwerk van het hoogste niveau. U krijgt nu eerst een beschrijving, dan een aantal beoordelingen en tot slot zal ik het even hebben over verbanden met de vrijmetselarij.

 

Beschrijving:

Lectuur is er in overvloed. Volgens Wichmann gaan ongeveer 10% van alle nieuwe boeken over New Age, bijna altijd over de buitenkant ervan. Een prettige uitzondering vond ik het boekje Leven vanuit de binnenkant , een kritische kennismaking met New Age van Ignace D'hert, studentenpastor in Leuven, slechts 84 bladzijden.

 

Ik heb een baal informatie op het Internet gevonden. Veel gebakken lucht en geldklopperij, maar ook bonafide voorlichting van individuen, organisaties en instellingen, toch meestal van de buitenkant. Met prettige uitzonderingen, b.v. een website van een erudiete Nederlandse beeldhouwer over spiritualiteit, onderbouwd met voortreffelijke informatie. Of een electronische briefwisseling die ik had met een hoogleraar in Georgia, USA, die een mooie website onderhoudt over het thema psychologie in de religie.

 

De buitenkant van New Age overbrengen is een onmogelijke opgave. Ik volsta daarom met een bloemlezing van artikelen uit het tijdschrift EGO2000, ook van Internet. De redacteur maakt een redelijk nuchtere, serieuze indruk. De onderwerpen variëren van interviews met mondiale sleutelfiguren uit de New Age beweging tot een bespreking van de Egyptische farao Eknaton als eerste prediker van broederschap, vrede en liefde, of de nieuwste psycho-actieve software voor je computer.

 

Voor de binnenkant van New Age gebruik ik drie bronnen: (1) Dr. Wouter Hanegraaff, kort geleden in Utrecht gepromoveerd op het onderwerp New Age, schrijver van het boek Het verschijnsel New Age : hoofdlijnen en een dwaalspoor, (2) Jörg Wichmann, o.a. schrijver van het boek De renaissance van de esoterie, en (3) Ken Wilber, die wel profeet van het Nieuwe Denken wordt genoemd.

 

Hanegraaff typeert New Age als “Een beweging die zoekt naar nieuwe, zinvolle verbanden waarbinnen de mens zich opgenomen kan weten in een betekenisvol geheel”. Volgens hem richt de filosofische kritiek van New Age zich o.a. tegen de overwaardering van het verstand en de onderwaardering van het gevoel, tegen het koppelen van zonde aan lichamelijkheid, tegen de scheiding tussen psychologie en geneeskunde, en tegen de kloof tussen mens en natuur die ons een milieucrisis heeft gebracht. Het reductionisme (alleen naar de delen kijken en niet naar het geheel) heeft in de ogen van New Age gemaakt dat het geestelijke alleen nog maar als bijverschijnsel van de materie wordt gezien. De uiterste consequentie daarvan is dat de wereld geen hoger doel zou hebben dan een materieel doel, en dat het bestaan zinloos is. (inderdaad las ik laatst in het Filosofie Magazine een polemiek tussen twee filosofen, waarvan er één die zinloosheid als stelling poneerde)

 

Het boek van Hanegraaff werd besproken in het Filosofie Magazine van november 1998. De redakteur groepeerde de vele uitingen en stromingen van New Age in vijf categorieën om de zaak een beetje overzichtelijk te maken:

 

1. Er is sprake van holistische natuurwetenschap, met als grondidee dat wetenschap en spiritualiteit twee wegen naar dezelfde waarheid zijn. Men hoopt op paradigma-wisselingen (wetenschappelijke stellingen). Bekende vertegenwoordigers zijn Fritjof Capra, Rupert Sheldrake en James Lovelock. (Ik heb ze alle drie in bouwstukken behandeld, in 1988, 1990 en 1992, zonder te beseffen dat ik met New Age dingen bezig was, en eigenlijk vind ik dat nog steeds niet)


2. Er is sprake van
holistische gezondheidsleer , die het hele spectrum van academische geneeskunde, alternatieve geneeskunde en psychotherapieën omvat. De voornaamste overtuiging erachter is dat lichaam en geest niet gescheiden zijn. Het bewustzijn geldt als genezende én ziekmakende kracht, met als meest absurde consequentie dat je ‘verantwoordelijk’ zou zijn voor je eigen ziekten. De lijfspreuk van de beruchte ‘orenmafia’.


3. Er is sprake van
channeling als mediums menen dat ze als kanaal fungeren voor informatie uit hogere sferen. Jomanda is daar een voorbeeld van.


4.
Westerse mysteriën is de naam voor westers occultisme en neopaganisme, een vernieuwde natuur-religiositeit.


5. New Agers in de letterlijke zin van het woord zijn de mensen die serieus rekening houden met de komst van een volkomen nieuw tijdperk, dat de crisis van de moderne tijd in één klap zal oplossen.

 

Mijn tweede bron, Wichmann, beschouwt New Age als de jongste uiting van esoterisch denken, met als voorgangers b.v. gnosis, alchemie, rozenkruisers, theosofie en vrijmetselarij. Niet als herleving van een van de oude richtingen, maar nieuw aangezwengeld door de jeugd in de jaren zestig (pag 111). Volgens zijn waarneming was de volgorde tot 1990 (toen zijn boek verscheen): Indische en Zen-meditatie, tai chi, Indianen, sjamanen, tarot, heksen, channeling en spiritisme. De New Age trend omvat dat allemaal en nog veel meer (pag 117). New Age heeft weliswaar zijn geestelijke voorlopers (Merilyn Ferguson, Fritjof Capra, Ken Wilber, Stanley Grof, e.a.) maar volgens Wichmann worden die door weinig New Agers gelezen, en hij heeft het dan ook meermalen over New Age als ‘consumenten-esoterie’. Hij gaat dus voorbij aan het bekende verschijnsel dat de meerderheid van de mensen zich meer laat leiden door gevoelens en symbolen dan door ideeën.

 

Wichmann gebruikt het woord ‘esoterisch’ net zoals Aristoteles dat deed, gewoon als ‘innerlijk’, zonder de latere onzin van geheime genootschappen of geheime leringen. Esoterie verschilt van de grote religies doordat die de zg. ‘terugkeer naar het paradijs’ naar een verre toekomst of een hiernamaals verleggen, terwijl de esoterie de eenheid met het goddelijke hier en nu probeert te ervaren. (pag. 41). En dan ook nog van binnenuit, niet als geschenk of genade van bovenaf.

 

Wichmann maakt onderscheid tussen esoterie en mystiek: esoterie streeft naar geloof, maar ook naar systematische kennis en is ze sterk op de wereld gericht; de mysticus geeft zich aan een godheid over en probeert ermee te versmelten. Wichmann geeft ook definities van de termen occultisme en magie, maar zegt er meteen bij dat die alleen maar in theorie zijn vol te houden, omdat dat je in de praktijk bijna altijd mengvormen ziet. (pag 31)

 

Hij definieert occultisme als ‘verborgen, geheim’. Magie in religieuze zin is het streven om verborgen menselijke vermogens daadwerkelijk te gebruiken, en in technische zin is het het streven om door rituele of visionaire technieken menselijke ontwikkelingen te bevorderen. Als je dus vindt dat vrijmetselarij met behulp van rituelen menselijke ontwikkeling bevordert (mijn favoriete definitie), dan is volgens Wichmann de wetenschappelijke term daarvoor ‘magie bedrijven’. (Naar mijn mening een woordgebruik dat te ver gaat)

 

Blijft de vraag: wat is nou precies esoterie? Een nauwkeurig antwoord bestaat niet, maar Wichmann noemt een paar kenmerken (p17) waarvan je er in elke esoterische stroming altijd één of meer terugvindt (en nu loont het om als ik ze opnoem in gedachten de vrijmetselarij er even naast te leggen):

1. Esoterische wereldbeelden zijn altijd totaalbeelden. Ze omvatten altijd alle levensgebieden, de natuur, de geschiedenis, en de kosmos.
2. Het esoterische denken voldoet aan de wetten van de logica, maar ook aan de wetten van de analogie. (variaties op het eeuwenoude ‘zo boven, zo beneden’ — in de macrokosmos vind je de microkosmos terug, en omgekeerd). Andere auteurs hanteren voor dit begrip soms het woord ‘correspondentie’, in de astrologie b.v.
3. Het verlangen naar inzicht is niet gericht op de uiterlijke verschijningsvormen van de wereld, maar op de ‘geest’ achter die verschijningsvormen.
4. De aandacht is in de eerste plaats gericht op ‘innerlijke ervaringen’, occulte of mystieke belevingen, die rationeel verwerkt worden.
5. Het doel van een esoterische praktijk is:
• dat vermogen tot innerlijke beleven verder ontwikkelen,
• inzicht krijgen in samenhangen tussen het eigen leven en de wereld, en
• rijping en voltooiing van de menselijke persoonlijkheid bevorderen, het z.g. ‘Grote Werk’
6. Voor zover het om ‘westerse’ esoterie gaat, heeft die als bron de ‘hermetische’ traditie, naar de Grieks/Egyptische kruising Hermes Trismegistus. De oosterse esoterie heeft andere bronnen.

 

Volledigheidshalve noem ik nóg iets dat de esoterie helpt begrijpen: religie en wetenschap hebben in het leven van de moderne mens elk een gescheiden domein gekregen, omdat ze zich moeilijk laten verenigen. Want de religie wenst haar diepgang te handhaven, en de wetenschap wil zijn precisie vasthouden. Tussen religie en wetenschap zoekt de esoterie enerzijds naar nauwkeuriger kennis dan de religie, en wil ze anderzijds dieper schouwen dan de wetenschap. Dus niet religie OF wetenschap, maar religie EN wetenschap, met de esoterie als overbrugging.

 

Ik geef een voorbeeld: er zijn met onberispelijk wetenschappelijke methoden paranormale verschijnselen vastgesteld. De wetenschap kan daar verder niets mee, en stopt dus, of vlucht in ontkenning of in skepsis. De esoterie aanvaardt gewoon het bestaan van paranormale verschijnselen en gebruikt ze, zonder behoefte aan bewijs. Je zou het ook nog zo kunnen zeggen: wetenschap en esoterie hebben elk hun eigen logica, en die zijn niet uitwisselbaar.

 

Als klap op de vuurpijl zal ik nu proberen een proefje te geven van een van de diepe denkers van New Age: Ken Wilber. Ik heb van twee kenners van Wilber's denken uitleg gekregen, maar ik heb niet alles kunnen bevatten. Op de achterflap van een van zijn boeken schrijft de uitgever: ‘Wat Freud is voor de psychologie en Einstein is voor de natuurkunde, is Wilber voor de studie van het bewustzijn.’ Dat mag dan wellicht overdreven zijn, in die richting gaat het wel. Weinig moderne filosofen kunnen zich beroepen op zo'n uitgebreide kennis van westerse en oosterse stromingen als Wilber. Hij is zelf ervaren in meditatieve technieken, en zijn werk bevat knappe synthesen van oost en west..

 

Volgens hem loopt de beschavingsgeschiedenis, de collectieve mentale geschiedenis, parallel met de individuele mentale geschiedenis. Kort gezegd: de geestelijke groei van de mensheid is de spiegel van de geestelijke groei van het individu. ( daar heb je die analogie weer )

 

Hij beschrijft de ontwikkelingen vanaf het alleroudste magische denken, via het mythische denken, naar het rationele denken van vandaag. Merkwaardig voor zo'n spirituele filosoof is dat hij de rationaliteit als een ‘hogere’ fase beschouwt dan de magische en de mythische. Het knappe (en voor zover ik weet ook het nieuwe) is dat hij het mogelijk maakt al het spirituele rationeel te benaderen, zonder spiritualiteit te hoeven offeren, of in mystiek te hoeven vluchten. In mijn ogen — misschien wat overdreven gezegd — ‘één theorie van al het niet-materiële in het universum’. In ieder geval gaat hij van OF, OF, OF, richting EN, EN, EN, van schijnbare onverenigbaarheid richting synthese.

 

Misschien is dit de plaats om Albert Einstein te citeren: “The world that we have made as a result of the level of thinking we have done so far, creates problems that we cannot solve at the same level at which we created them”.(FilMag 1994/1 pag 23) (‘De wereld die we gemaakt hebben als resultaat van ons denkniveau tot dusverre, stelt ons voor problemen die we op datzelfde denkniveau niet kunnen oplossen’)

 

Beoordelingen.

Ik geef nu een paar citaten, die een indruk geven van wat er zoal over New Age gedacht wordt. De meeste daarvan zijn uit het boek De holle diamant van een zekere Maurits Schmidt. Hij laat voor- en tegenstanders aan het woord. De titel zegt al hoe hij er zelf over denkt: veel schitteringen, weinig inhoud. Ik las er een voorbespreking van in het Filosofie Magazine, 1998 nr. 9.

 

Midas Dekkers, bioloog: “De behoefte aan godsdienst is een biologische eigenschap van de mens. (…) Maar dat betekent niet dat elk mens godsdienstig moet zijn. Alleen de behoefte is een biologische eigenschap. En die kun je natuurlijk op vele manieren kanaliseren, sublimeren, inhoud geven, enz.”

 

Fritjof Capra, natuurkundige: “De jaren zestig brachten het protest en de ervaring van afwijkende levensstijl: seks, drugs, rock-'n-roll. Toch was dat nog geen New Age. Want we hadden toen geen alternatief. Maar in de jaren zeventig werden er twee kaders ontworpen die een nieuwe golf inluidden: de ecologie en het feminisme. Dat werden de raamwerken van het nieuwe, alternatieve paradigma. Die nieuwe ideeën namen overal andere vormen aan. (…) Eén cluster van die vormen werd New Age genoemd.” (De oudere broeders herinneren zich misschien nog iets van mijn verhaal over Capra in 1988 Keerpunt of doemdenken.)

 

Jan Blokker, journalist: “Ik heb er niet de pest aan dat mensen zo bezig zijn. Ik begin de pest aan ze te krijgen op het moment dat ze iets pretenderen, b.v. dat ze iedereen met wat voor klachten ook met een sausje, een punaise en een paperclip gezond kunnen maken.”

 

Hans Achterhuis, filosoof: "Ik ken iemand van zeer nabij die reïncarnatietherapie geeft. Voor zover daar allerlei ideeën bij zitten over vorige levens, vind ik het volstrekte onzin. Ik geloof er in elk geval niet in. Die therapeut is zelf heel agnostisch op dit punt, maar — ik maak geen reclame — het werkt. Je kunt verhalen over dingen die nu voor iemand belangrijk zijn, over zijn pijn of verdriet b.v., zich laten afspelen in de Middeleeuwen of in Egypte, en mijn stomme ervaring is dat dat kan helpen. Maar ik schrik als zo iemand dan roept dat hij Lodewijk de 14e of Farao geweest is, en daar echt in gaat geloven. Die stap maak ik niet mee. Dat vind ik een linke zaak. Want dan krijg je wat Karin Spaink terecht hekelt: je hebt nu kanker omdat je in een vorig leven dat en dat hebt gedaan. Dat soort causale verbanden leggen vind ik heel gevaarlijk.”

 

In het Filosofie Magazine (van 1994 nr. 1, p28) kwam ik een hele mooie tegen van Prof. Otto Duintjer, hoogleraar filosofie en spiritualiteit aan de UvA: “Tot welke groepering mensen ook zeggen of heten te behoren, ik let altijd het eerst op blijken van waarachtigheid, helderheid, hartelijkheid, gevoel voor humor, zonder fanatisme of eenzijdig gedoe. Zulke dingen zie ik als signalen van de ‘spirit’: de levensgeest die onze elementaire menselijkheid wekt. Anderzijds krijg ik de kriebels van verdoezelend gepraat, egotripperij, hokjesgeest of blinde volgzaamheid.” Ikzelf vind dat een hele goeie maatlat om in New Age het kaf van het koren te scheiden.

 

Wat vind ik er zelf van?

• Naar mijn mening is inderdaad heel veel, maar zeker niet alle New Age ‘esoterie’. Er zit ook onversneden religie en wetenschap in. Bijvoorbeeld vele oosterse religies en mystieken, en ook westerse religies maar dan zonder kerk. En de psychologie speelt een grote rol. Zelfs bèta-wetenschap doet mee, in de vorm van bio-feedback voor bewustzijnsverruiming, en breinmachines bijvoorbeeld.

• Ik ben overtuigd geraakt dat er meer aan de hand is dan een culturele oprisping, dat we inderdaad aan het begin van een nieuw tijdperk staan. Ik koester soms zelfs de illusie dat er heel misschien een periode op komst is met een ‘idealistisch’ waardensysteem, in de zin van de theorieën van de socioloog Sorokin. Ik heb dat ooit in een eerder bouwstuk verteld, maar als iemand dat wil, kan ik het later toelichten.

• Wat ik mede door het werken aan dit bouwstuk geleerd heb is — figuurlijk gesproken — dat mijn niet-rationele been achterloopt bij mijn rationele been.

• Er is een facet van New Age dat ik betreur als het waar is: een auteur die m.i. New Age goed aanvoelt, heeft de indruk dat een bepaald egocentrisme overheerst (D'hert pag 81). Zelfervaring, bewustzijnsverruiming, je goddelijke vonk ontdekken, je Zelf (met hoofdletter) ontdekken, het schijnt allemaal solistenwerk te zijn. Ieder maakt zijn eigen reis naar binnen. “Het schijnt een verloren idee te zijn dat je groeit en het leven leert kennen door ontmoetingen, antwoord geven op het appèl dat je medemens op je doet”. Het is inderdaad opmerkelijk dat het ideaal van leven in communes uit de 60er jaren praktisch verdwenen is, terwijl het individualisme juist is toegenomen.

 

Verbanden met de vrijmetselarij:

Vrijmetselarij en New Age hebben tenminste één analogie, die ik wezenlijk vind. Ik doel op het feit dat iedereen bij ons in volkomen leerstellige vrijheid aan zichzelf kan werken. Ik ben mij er door deze studie nog eens te meer van bewust geworden hoe uniek dat is.

 

Vele andere esoterische groeperingen, in het heden en in het verleden, gaan mank aan dogmatiek en fanatisme over z.g. ‘exclusieve waarheden’, overdreven ritualistiek, blinde gehoorzaamheid aan de leider e.d. Wichman b.v. noemt de hedendaagse antroposofie als een voorbeeld van ‘doorgeschoten’ dogmatiek.

 

Ik heb de indruk gekregen dat die vrijheid ook in vele New Age benaderingen bestaat. Men doet niet moeilijk als de ander een verschillende weg naar hetzelfde doel bewandelt. Misschien heeft dat wel te maken met het gegroeide individualisme. Als je erkent dat ieder individu zijn eigen leven mag of moet maken, is het even vanzelfsprekend dat hij ook zijn eigen manier mag kiezen. Als mijn vermoeden juist is, zou dat aspect in onze maatschappelijke voorlichting gewicht moeten krijgen. Ik wil graag nog even benadrukken dat die leerstellige vrijheid niet verward moet worden met tolerantie. Tolerantie is iets verdragen dat je eigenlijk liever niet zou zien, en kan dus nooit op die leerstellige vrijheid slaan.

 

In het AMT van oktober 1998, vond ik een mooi voorbeeld. Een broeder fulmineert daar tegen het rapport van de Commissie Toekomstverkenning. Hij begint keurig met de stelling dat de vrijmetselarij voor hem een ‘inwijdings- en mysterieschool’ is. Kenmerk nr. 4 uit het lijstje van Wichmann dus, de innerlijke ervaring. Dat hij tegelijk erkent dat niet alle broeders zijn stelling delen, illustreert die leerstellige vrijheid. Als die er niet was zou ik geen lid zijn, want voor mij is een ander kenmerk doorslaggevend.

 

Ik verwacht dat vanuit de New Age trend toekomstige kandidaten ons met een veel vrijblijvender instelling zullen benaderen dan waarmee ik zelf in 1976 arriveerde. Ik houd rekening met een groter verloop, zonder dat dat hoeft te betekenen dat we iets ‘verkeerd’ doen. En ik voel mee met de zorg van Kwaadgras dat onze bijbelse en toch ongodsdienstige symboliek een probleem zal kunnen zijn voor nieuwe generaties kandidaten.

 

Toelichting Sorokin:

Het is goed om te beseffen dat paradigma’s altijd tijdelijk zijn. De onze zijn nog maar enkele eeuwen oud. Daarvóór golden heel andere, en dáárvoor weer andere. Waarden en waarheden hebben altijd en overal gefluctueerd, zelfs met een zekere regelmaat. Capra citeert uit het werk van de socioloog Sorokin van een halve eeuw geleden. Die onderscheidde drie fundamentele waardesystemen. Hij noemde ze zintuiggericht, ideegericht en idealistisch.

 

Een zintuiggericht waardesysteem wordt gekenmerkt door kreten als: ‘de uiteindelijke werkelijkheid is alleen de materie’, ‘geestelijke verschijnselen zijn alleen maar verschijningsvormen van de materie’, ‘alle zedelijke waarden hebben maar een beperkte geldigheid;’ ‘ zintuiglijke waarneming is de enige bron van waarheid en kennis’.

 

Een ideegericht waardesysteem stelt het wezenlijk anders, b.v. ‘de eigenlijke werkelijkheid ligt voorbij de materiële wereld, in een geestelijk rijk’, ‘kennis kan ook worden verkregen door innerlijke ervaring’, ‘er bestaan wèl absolute zedelijke waarden en bovenmenselijke normen van waarheid, schoonheid en rechtvaardigheid’

 

Bovendien stelt Sorokin dat het wisselspel tussen de twee benaderingen een synthese kan voortbrengen, een ‘idealistisch’ waardesysteem. Daarin ontstaat een nobel evenwicht tussen kunst, filosofie, wetenschap en technologie. Voorbeelden vindt hij de Griekse klassieke tijd, en de Renaissance, tussen de ideegerichte Middeleeuwen en de zintuiggerichte moderne tijd. Onze cultuur zal dus een keer afgelost worden, wellicht door een ideegerichte cultuur, en als we geluk hebben door een idealistische cultuur. We staan dus niet voor een ondergang, maar voor een overgang. Maar, die zou wel eens dramatischer kunnen uitpakken dan alle vorige, omdat het tempo ervan hoger is dan ooit tevoren, en omdat de veranderingen voor het eerst de hele aarde omspannen.

Orchids
Pietkoprand
terug

Mail to

promeijn@promeijn.nl

terug
terug
terug
terug
terug
terug
terug
terug
terug
terug
Home Page E Home Page NL Quilts Lace Glass Engraving Orchids terug terug terug terug terug terug terug terug terug terug terug