De kunst van het verstaan

Piet Romeijn, April 2003

 

Dit bouwstuk heeft een wat ongewone voorgeschiedenis. Het begon lang geleden met nadenken over wat wij compareren noemen. Toen kwam ik in aanraking met het denken van de filosoof Gadamer, pionier van de hedendaagse hermeneutiek. En ook met Ulrich Libbrecht, die hermeneutiek gebruikt bij zijn levenswerk, waardevrije comparitie van het westerse en oosterse denken. En dit alles tegen de achtergrond van onze beginselverklaring (zoeken wat verbindt, wegnemen wat scheidt, betere samenleving e.d.)

 

U kunt terecht vragen wat hermeneutiek met dat alles te maken heeft. Dat hoop ik uit te leggen, en dan zult U zien dat mijn verhaal geen eigen bedenksel is, maar een poging om een m.i. belangrijke ontwikkeling in het westerse denken weer te geven. Hermeneutiek is een filosofische discipline die al door Homerus werd omschreven als interpretatie van de berichten van de goden aan de mensen. De boodschapper was Hermes. En het sleutelwoord is interpretatie'.

 

Eeuwen lang was hermeneutiek een methode om oude geschriften te interpreteren, de bijbel of Romeinse wetboeken bijvoorbeeld. Na de Reformatie en de Verlichting werd het een zelfstandige filosofische wetenschap. In de 19e eeuw werd het al méér dan alleen de kunst van het interpreterend lezen van een tekst, maar werd het de leer van het verstaan of begrijpen van het leven zelf. In de 20e eeuw werkten Heidegger en Gadamer dat nieuwe uitgangspunt verder uit, en aan Gadamer (1900-2002) komt de eer toe dat hij hermeneutiek tot een universeel principe heeft gemaakt. Het is nu veel meer dan alleen maar een methode geworden. Hermeneutische discussies zijn gangbaar geworden in de literatuur- en kunstwetenschappen, geschiedenis-wetenschap, psychologie en zelfs in de natuurwetenschappen (na Kuhn & Feyerabend o.a.)

 

Zijn stelling is dat het hele menselijke bestaan interpreterend is. Dat interpreteren een rol speelt bij het waarnemen, voelen en ervaren van alle menselijke uitingen. Dus bij het luisteren naar muziek, kijken naar een kunstwerk, lezen van een boek, het beleven van een maçonniek ritueel, en zeker bij gesprekken tussen mensen. En op dat laatste wil ik mijn bouwstuk toespitsen.

 

Die stelling van Gadamer is lang niet zo radicaal als op het eerste gezicht lijkt, als je maar even stilstaat bij het feit dat wij een groot deel van ons leven bezig zijn met het ontcijferen en interpreteren van de wereld om ons heen. Proberen we niet van iedere handeling, gedachte of gezegde, van onszelf en van anderen, de betekenis te verstaan, dus te interpreteren?

 

Het woord 'verstaan' had altijd al meerdere betekenissen. Denk maar aan 'de kunst verstaan van viool spelen', of 'beter verstaan met een hoortoestel', of 'een vreemde taal verstaan'. Daar is nu nóg een betekenis bijgekomen, namelijk hermeneutisch verstaan. Dat werd duidelijk toen we onze succesvolle methoden van de natuurwetenschappen ook in de menswetenschappen uitprobeerden. Toen werden we met de neus op het feit gedrukt dat 'verklaren' en 'verstaan' totaal verschillende zaken zijn.

 

Een natuurwetenschapper kan 'verklaren' dat een appel altijd naar beneden valt of dat water bij nul graden ijs wordt, maar niet waarom een grap wel of niet leuk is of waarom liefdesverdriet zeer doet. Zulke menselijke' dingen kun je alleen maar 'verstaan', niet 'verklaren'. Dat geldt ook voor de meeste kunstvormen: die kun je wel verstaan maar niet verklaren. Gadamer zegt interessante dingen over de zeggingskracht van kunst, maar dat zou nu te ver voeren. En ik betwijfel of ik het zou kunnen.

 

Ik zal nu proberen het werk van Gadamer uit te leggen. Hij ontwikkelde zijn ideeën door het denken van Plato en Aristoteles te vergelijken met het denken van vandaag. Hij noemde zijn hermeneutisch interpreteren 'dialectisch', d.w.z. via vraag en antwoord, stelling en tegenstelling, interactie tussen subject en object, tussen kunstwerk en beschouwer, tussen muzikant en toehoorder, en natuurlijk ook tussen gesprekspartners, mijn invalshoek nu.

 

Als we lezen of luisteren, merken we iets interessants. Om te weten wat een zin betekent, moeten we weten wat elk afzonderlijk woord betekent. Maar we kunnen pas zeker zijn wat de woorden betekenen als we weten wat de zin betekent. Zinnen hebben woorden nodig, maar woorden hebben zinnen nodig. Voorbeeld: het woord 'lijn':

"Ajax had deze keer een zwakke verdedigingslijn"

"De minister hield zich strikt aan de partijlijn"

"Alle telefoonlijnen zijn bezet"

"De tekenaar kreeg geen lijn op papier"

"Ambtenaren zijn lijntrekkers"

Vijf verschillende betekenissen van het woord 'lijn', die pas ontstaan door het zinsverband. Als ik plotseling aan iemand vraag 'Wat is je lijn?', dan krijg ik van een dikke dame een ander antwoord dan van b.v. een politicus of een advocaat.

 

Dat dialectische heen-en-weer gaan tussen de sprekers gebeurt in wat Gadamer de 'hermeneutische cirkel' noemt. De delen bepalen de betekenis van het geheel en het geheel bepaalt de betekenis van de delen. Kijken naar een voetbalwedstrijd of naar een schilderij, of het voeren van een gesprek verschillen niet wezenlijk in dit opzicht.

 

Gadamer zelf gebruikt o.a. de rechtspraak als voorbeeld: een rechter moet een geschreven wet toepassen op een specifiek geval. Maar hij moet ook rekening houden met de bijzondere omstandigheden. Met zijn uitspraak geeft hij aan wat de wet in dit specifieke geval precies te betekenen heeft. Daardoor verandert ook de betekenis van die wet, via de jurisprudentie. Zo ontstaat een hermeneutische cirkel van een algemeen juridisch principe, gevuld met concrete juridische oordelen.

 

Maar, zegt Gadamer, we moeten ook nog op de juiste manier in die cirkel terecht komen. En dan zijn er struikelblokken, want ieder van ons brengt zijn denkkader mee, zijn hoogstpersoonlijke eigen systeem van overtuigingen en verwachtingen, die hij heeft geaccepteerd als zijnde waar voor de wereld waarin hij leeft. Product van zijn opvoeding en levenservaringen. Dat denkkader beïnvloedt hoe we reageren, wat we voelen, hoe en wat we waarnemen, wat we goed- en afkeuren, enz. En het is maar heel zelden bij alle mensen gelijk. Iets dat vaak over het hoofd wordt gezien als we het over cultuurverschillen hebben. En ook wel eens in onze comparities.

 

Een consequentie is dat we woorden niet allemaal op dezelfde manier gebruiken. Woorden hebben nuances van betekenis en gevoelsinhoud, die afhankelijk zijn van het denkkader van de spreker, en natuurlijk ook van de aangesprokene. Gadamer noemt dat verstaanshorizon'. Telkens als we iets nieuws ervaren of leren, wordt onze horizon wijder en wordt verder leren gemakkelijker. Hoe wijder onze horizon, hoe groter de kans op goed verstaan.

 

Onbevooroordeeld 'verstaan' is onmogelijk. Vóóroordelen kunnen struikelblokken zijn, maar ze zijn juist weer nuttig en productief als je je ervan bewust bent. Voorbeeld: je begint een boek te lezen met je eigen verstaanshorizon, je vertrouwde betekenissen en overtuigingen. Die leveren je een min of meer klaarliggende' interpretatie van wat je leest. Het komt er nu op aan die op het spel te zetten, kritisch te laten bevragen door wat je leest. Vooroordelen worden dan bevestigd of ontkend. Doe je dat niet, dan riskeer je misinterpretaties. Slaagt dat dialectische vraag- en antwoordspel, dan heb je de tekst 'verstaan' in de nieuwe betekenis. In het jargon van Gadamer heet dat horizonfusie of horizonversmelting. In mijn jargon betekent het winst aan kennis, en soms wijsheid.

 

Let wel, dat hoeft helemaal niet te betekenen dat je het met de schrijver eens bent. Je hebt alleen maar geïnterpreteerd wat hij zegt. Verstaan en beoordelen zijn totaal verschillende zaken.

Zo'n vraag- en antwoordspel gebeurt zinnebeeldig bij lezen, en ook bij muziek beluisteren of verstaan van schilderijen, films of ander kunstwerk. Maar in een goed gesprek gebeurt het letterlijk. Voorwaarde is steeds dat we onze geest open houden voor alles wat binnenkomt. Dat we dus bereid zijn eerdere ervaringen en meningen op het spel te zetten, en ruimte te bieden voor iets nieuws. Pas als beide gesprekspartners dat doen, hebben ze zich op de juiste wijze in de hermeneutische cirkel geplaatst. Een gesprek beginnen alleen om gelijk te krijgen komt nooit aan horizonversmelting toe. Een grondgedachte van hermeneutiek à la Gadamer is namelijk het uitgangspunt dat de ander wel eens gelijk zou kunnen hebben. In de wetenschapsfilosofie was dat ook al een stelling van Karl Popper. Zonder goede wil van beide kanten is een hermeneutisch gesprek niet mogelijk. Een nuttig middel is vragen stellen. Die houden de dialectiek op gang, en ze houden alle mogelijkheden zo lang mogelijk open. Ze brengen beide partijen nieuwe kennis en ervaringen. De juiste vragen stellen is belangrijker dan de juiste antwoorden geven. En vaak ook moeilijker. Vragen is alleen maar makkelijk als je niet op verstaan uit bent, maar alleen maar je eigen gelijk wilt halen. Of de ander wilt afkraken.

 

Het woordenboek omschrijft interpreteren meestal met iets als 'vertolken', 'uitleggen' e.d., maar U merkt wel dat het bij Gadamer veel méér is. Het is niet het verstandelijk ordenen van materiaal, maar bewogen worden door wie of wat je interpreteert. We zijn in ons leven constant bezig met het begrijpen van de wereld om ons heen. Veel in ons leven is onhelder, dus we zijn voortdurend op zoek naar zin en betekenis. Of mensen nou elkaar ontmoeten, op straat iets zien gebeuren, of een zakengesprek voeren, altijd is er sprake van interpretatie. En natuurlijk dus ook misinterpretatie. Denk aan het gesteggel over notulen: men dacht het eens te zijn geworden, maar blijkt toch verschillende ideeën te hebben over wat is afgesproken. Of een verliefd persoon denkt wederkerige gevoelens bij de ander te zien, handelt daarnaar, maar krijgt de kous op de kop. Soms gelooft hij dan nog niet eens aan een misinterpretatie, maar denkt hij of zij dat de ander hem voor de gek heeft gehouden. Niet verwonderlijk, want zijn interpretatie werd gekleurd door wat hij graag wilde en zelf voelde.

 

Gadamers hermeneutiek heeft duidelijk ook een ethische dimensie. Het is niet alleen ethisch positief dat de interpreet zich open stelt voor de visie van de ander, maar ook dat hij zijn startinterpretatie (zijn vóóroordeel') op het spel will zetten. Interpreteren is iets anders dan oordelen of bekritiseren.

 

Nog een paar losse flarden over hermeneutische gesprekkunst:

• Luisteren is niet zo makkelijk als het lijkt, want je eigen interpretaties (vooroordelen) zijn meestal niet uit de lucht komen vallen, maar zorgvuldig opgebouwd. Ze geven een gevoel van zekerheid, en daar doe je natuurlijk niet makkelijk afstand van.

• Elke uitspraak is ergens door gemotiveerd. Ze heeft vooropstellingen die zelden mee uitgesproken worden. Pas als de gesprekspartners hun vooropstellingen met elkaar méé gaan denken, kunnen ze elkaar waarlijk verstaan.

• Voorwaarde is dat men de vragen van de ander als echte vragen ziet, als vragen die men bereid is ook aan zichzelf te stellen. Dat is de manier om in een dialoog alle mogelijkheden open te leggen en te houden.

• Ik citeer Gadamer uit een interview: Wat doet een aangesprokene? Die probeert te begrijpen wat de spreker of schrijver werkelijk bedoelt maar niet zeggen kan.. Daar gaat het om. (Denkers van deze tijd, p38)

 

U hoorde mij zeggen dat de verschillen tussen de denkkaders van mensen knap lastig kunnen zijn voor echt verstaan. Ik zag een mooi voorbeeld in een symposium dat door de loge Tubantia was georganiseerd bij hun honderdjarig bestaan. Een van de sprekers was Dr. Pinto, die aan twee Nederlandse universiteiten doceert over interculturele thema's. Hij gebruikte het volgende voorbeeld uit zijn eigen praktijk: in een allochtoon gezin in Nederland praat een zoon met zijn vader en hij kijkt zijn vader aan. Reactie van de vader: "kijk niet zo brutaal als je met je vader praat". Een kwartier later krijgt hij op school van de onderwijzer precies het tegenovergestelde te horen "Kijk mij aan als je tegen mij praat". Schoolvoorbeeld van contrasterende denkkaders. In zijn lezing noemde Pinto zijn recept in dergelijke moeilijke situaties LSD. Niet de drug, Maar Luisteren, Samenvatten en Doorvragen. En dat past helemaal in de filosofie van Gadamer.

Tot slot nog even over onze comparities. Het woord comparitie kent vele betekenissen, en natuurlijk zijn we vrij om het in te vullen zoals we willen. In de jaren van mijn waarnemen bewegen ze zich in de praktijk tussen twee uitersten:

1. een bouwstuk aanhoren, je best doen iets te vragen of op te merken, omdat je vindt dat dat zo hoort, of om je appreciatie voor het werk van je broeder te uiten, en

2. geraakt of bewogen worden door wat je verstaan hebt of meent verstaan te hebben, en intensief meegaan in de discussie, soms door aanvullen of tegenspreken, zelden door dieper graven in wat de spreker beweegt of misschien bedoelt te zeggen..

 

Ik heb mij wel eens afgevraagd wat nou precies maakt dat ik in de ene comparitie zo veel meer beleef dan in de andere. Een precies antwoord daarop heb ik niet, omdat er altijd veel méér factoren meespelen dan alleen maar hermeneutiek. De gedachtewisseling, voor zover die meer inhoudt dan alleen maar een vraag of een aanvulling, gaat op zijn best de kant uit van letterlijk compareren (jij ziet het zus, ik zie het zo). Noodgedwongen blijft het vaak bij de procedure van vraag en antwoord: "wie volgt soms ook nog kort a.u.b.".

 

Ik herinner mij dat iemand in onze loge eens het idee opperde om een bouwstuk niet voor te lezen, maar vooraf uit te delen en een latere comparitie geheel te gebruiken voor discussie. Als die dan ook nog hermeneutische trekken zou kunnen hebben, dan zou dat voor alle aanwezigen aan waarde winnen, ook als ze zichzelf beperken tot alleen luisteren en meedenken. En niets afdoen aan het 'free for all' van de zevende graad.

 

 

P.S. Een wat dieper gaande verhandeling over dit onderwerp vindt U in de index onder 'Filosofie', getiteld HERMENEUTIEK"

Pietkoprand
terug

Mail to

promeijn@promeijn.nl

terug
terug
terug
terug
terug
terug terug terug terug terug terug