Wereldbeeld en voortstuwende wereldorde Piet Romeijn, 2000
Van 1989 tot 1992 heb ik vijf bouwstukken geleverd, die achteraf bezien allemaal met mijn onderwerp van vanavond te maken hebben. Ik ga proberen dat duidelijk te maken. Voor mijzelf was het maken van dit bouwstuk een soort terugblik op een jarenlang denkproces.
Het begon in 1989 met een bouwstuk over de geschiedenis van het leven op aarde. Sinds een paar miljard jaar geleden gebeurt er op aarde van alles, met een gelijkblijvende hoeveelheid materie, alleen geholpen door de energie van de zon en de vrijkomende energie door de afkoeling van de planeet. Een microscopisch klein begonnen mysterieus proces evolueerde tot wat steeds meer mensen nu als een levende planeet gaan beschouwen. Met de mens als jongste bewoner.
Als metafoor gebruikt men vaak de godin Gaia, volgens de Griekse mythologie het eerste schepsel na de chaos. Niet in haar rol als godin of zo, maar alleen als beeldspraak voor het proces dat ooit begon met eencellige, zelforganiserende en zichzelf reproducerende wezentjes. Dat proces noemen we ‘leven’. Het wordt gekenmerkt door vindingrijkheid, pragmatisme, toenemende ingewikkeldheid en veelvormigheid, en vooral door onstuitbaarheid. Dat is de evolutie. Die veelvormigheid schijnt een soort garantie te zijn voor de onstuitbaarheid van het leven op aarde. Ik ben mij ervan bewust dat het in deze bewoordingen haast poëtisch klinkt, maar toch is het allemaal wetenschap.
Natuurlijk wordt er gedacht en gefilosofeerd over het doel of plan van dat proces. Er is wel eens gedacht dat de mens het einddoel was, maar het zgn. antropocentrische wereldbeeld is inmiddels achterhaald. De mens is wel het jongste station, maar vast niet het eindstation. Misschien wél van de menselijke soort, maar niet van het leven op aarde. Ik las ergens dat volgens Spinoza de mens geen Prometheus is die de hele wereld naar zijn hand zet, en ook niet de christelijke kers op de taart van de schepping, maar slechts een “schakeltje in een enorme keten van oneindige aaneenschakelingen”.
Ik vermoed dat het doel of plan van de evolutie misschien wel altijd een mysterie zal blijven, met alleen maar plaats voor geloven, niet voor weten, en helemaal niet voor claims op waarheid of zekerheid. De discussies variëren tussen enerzijds volkomen toeval en anderzijds volledig gedetermineerd, al of niet met de een of andere transcendente instantie als grote regelaar, of zelfs als schepper.
Biologen gebruiken in hun discussies het begrip contingentie, heel moeilijk te definiëren. De Winkler Prins geeft er liefst zeven verschillende betekenissen van. Als je de begrippen causaliteit, noodzaak en toeval door elkaar klutst, kom je in de buurt. Illustratief is de uitspraak van de bioloog Stephen Jay Gould: “al zou je de tape van de evolutie nog honderd keer opnieuw afspelen, je zou wel een soortgelijk verloop zien, maar zeker niet opnieuw eindigen met de huidige mens of relativiteitstheorie of kwantummechanica.”
Je komt wel enthousiastelingen tegen die met de evolutietheorie alles en nog wat in de menselijke samenleving willen verklaren, maar dat gaat naar mijn smaak te ver. De evolutietheorie is weliswaar de enige theorie die alle sociale wetenschappen overkoepelt, maar hij verklaart zeker niet al het mensengedrag. Volgens mij is er méér dan puur toeval aan het werk, en wat dat meerdere aan drijvende kracht voorstelt, dát noem ik voortstuwende wereldorde. Ik zie die als een manifestatie van iets mysterieus.
Het is de diepst denkbare bron van niet alleen mensenleven, maar van alle leven. De mens heeft er allerlei namen voor bedacht, soms zeer poëtische. (God, goddelijke vonk, het Al, de Opperbouwmeester, het Absolute, het Zelf met een hoofdletter, enz.). Het is wel eens vermakelijk om te zien hoe mensen van die naamverschillen een kwestie maken.
Voortstuwende wereldorde is werkzaam in alles wat leeft, maar pas de mens is zich daar min of meer van bewust. Hoe en wat ik ben is in mijn visie een uitwerking van voortstuwende wereldorde, maar ook mensenwerk, ook mijn eigen werk. Dat besef heb ik niet altijd gehad. Het heeft mij een soort gevoel gegeven waarvoor ik geen beter woord weet dan verantwoordelijkheid, antwoord moeten geven. Ik denk erover na en probeer mijn leven ernaar te richten. Vandaar dat U mij ‘leven’ wel eens een klus hoort noemen. In het verleden werd ik min of meer blind voortgestuwd, nu een beetje meer bewust.
Zie daar mijn voortstuwende wereldorde. Denkt U er a.u.b. aan: ik probeer niet voortstuwende wereldorde te definiëren, maar ik beschrijf iets mysterieus waar ik een naam aan moet geven om erover te kunnen praten, en ik heb bij gebrek aan beter de naam voortstuwende wereldorde gekozen.
Van tijd tot tijd hoor je mensen onheil voorspellen door de onstuitbare ontwikkelingen van wetenschap en technologie. Dingen als gekloonde mensen, de bedreiging van de planeet, e.d. Velen van ons kennen ongetwijfeld die gedachten. Ik denk dat het er dan op aankomt onderscheid te maken tussen de voortstuwende wereldorde en datgene wat mensen doen met de vermogens die ze aan die voortstuwende wereldorde te danken hebben. Dat is niet zo makkelijk.
Toen ik zo ver was in mijn denken, rees de vraag: wat maakt toch dat alles wat leeft zich gedraagt conform dat mysterieuze scenario, die voortstuwende wereldorde? Dat komt doordat iedere soort leeft en handelt volgens het wereldbeeld dat de soort meekrijgt. Soms blijkt dat een succes en dan blijft zo’n soort heel lang bestaan (zoals de bacteriën bijvoorbeeld), maar meestal raken de soorten al eerder uitgediend en worden ze vervangen door nieuwe. Volgens de biologen is dat al met 99% van alle soorten gebeurd. De mens is deel van de resterende 1%.
Wereldbeeld is bij mensen inmiddels een uitgebreid filosofisch begrip geworden, maar voor alle andere soorten is het een simpele zaak, die de soort van Gaia meekrijgt. Bij de eenvoudigste schepsels is het een stelsel van volautomatische, geprogrammeerde reacties op stimuli, op de informatie die binnenkomt. Een plant wendt zich volautomatisch naar het licht dat hij nodig heeft voor zijn fotosynthese. Een ééncellig waterdiertje reageert zonder denken of iets dergelijks op licht of donker, koud of warm, zoet of zout. Kort gezegd: de prikkel veroorzaakt bij die eenvoudige schepsels rechtstreeks en onmiddellijk het juiste gedrag voor overleving.
Bij hogere diersoorten zit er van alles tussen de prikkel en de handeling: van een simpele zenuwstreng tot een compleet zenuwstelsel met hersenen. Dan ontstaat ruimte voor keuzegedrag. Een hond of een kat kunnen daarom op dezelfde prikkel met verschillende handelingen reageren. Hun wereldbeeld kan zelfs veranderen, door ervaring, door dressuur of door teeltkeuze van de mens. Denk aan de hond van Pavlov, of het verschillend gedrag van een jachthond vergeleken met een herdershond.
Ook de mens, de meest complexe diersoort, heeft voor een deel van zijn handelen een kant-en-klaar wereldbeeld meegekregen. Het maakt dat ons hart harder gaat werken bij inspanning, dat we huiveren bij kou, zweten bij warmte, onwillekeurig vluchten bij gevaar, onze honger stillen of ons aangetrokken kunnen voelen door de andere sekse. Onze echt vitale functies worden dus door een soort automatisme bewaakt, maar het grote verschil is (1) dat wij als mensen het grootste deel van ons wereldbeeld toch zelf ontwikkelen, en (2) dat wij ons daarvan bewust zijn. Kort na onze geboorte nog maar deels, maar steeds méér naarmate we opgroeien.
Dat doe-het-zelf deel van het menselijk wereldbeeld kun je definiëren als alles wat een individu vergaart aan kennis, overtuigingen, persoonlijke ervaringen, ideeën, opvoeding, scholing, studie, gevoelens, vrucht van nadenken, enz. Het geeft betekenis aan nieuwe ervaringen en nieuwe informatie, helpt oordelen en handelen. Ieder mens ontwikkelt op die manier een soort bibliotheek van denkschema’s, gedragspatronen, normen en waarden, vóóroordelen, enz. Vele daarvan zitten in je onderbewustzijn, je weet niet dat je ze hebt, maar ze werken wel door in je manier van leven.
Niemand weet waar dat wereldbeeld precies zit. Harman gebruikt er een aardige beeldspraak voor. Zie je wereldbeeld als een ui, met lagen. In de buitenste lagen zitten de ideeën en overtuigingen waarvan je wéét dat je ze hebt. Je kunt er makkelijk en bewust bij komen, en je kunt ze veranderen als je wilt. De lagen eronder laten zich veel moeilijker veranderen, en in de binnenste lagen zitten de onbewuste basisvooronderstellingen over het wezen van jezelf, en de relatie van het zelf met andere mensen en met de kosmos. Om daar iets van te ontdekken heb je vaak een psycholoog of psychiater nodig, en van de allerdiepste kun je alleen maar vermoedens hebben door bepaald gedrag te interpreteren. Er wordt gekibbeld tussen wetenschappers en filosofen over de vraag of in de diepste diepte niet ook een stukje wereldbeeld zit dat van Gaia afkomstig zou kunnen zijn.
Als iemand zich eenmaal zijn eigen wereldbeeld heeft gevormd, dan zal hij nieuwe ervaringen het liefst zien als een bevestiging daarvan, desnoods met een beetje sjoemelen. Twee mensen kunnen dus dezelfde ervaring verschillend interpreteren, ieder vanuit zijn eigen wereldbeeld. Een sterk voorbeeld daarvan is dat een persoon onder hypnose zijn absurde handelingen vaak heel knap en plausibel logisch verklaart, zonder dat hij zich van die absurditeit bewust is. Je kunt dat ook volwassenen zien doen op grond van ideeën die hun als kinderen zijn ingeprent, zonder dat ze daar nog weet van hebben. Omgekeerd negéren of vergeten we ook graag dingen die niet in ons wereldbeeld passen. Mijn bouwstuk Omwenteling bevatte daar interessante voorbeelden van. Dit alles illustreert naar mijn mening dat het menselijk wereldbeeld geen vluchtige, maar een gewichtige zaak is voor de mens.
Harman signaleert een verschuiving in het wereldbeeld van de westerse mens in de 20e eeuw, op zeer fundamenteel niveau. Ik moet dat nu in een paar minuten overbrengen, dus ik spits het toe op de tegenstelling tussen het stoffelijke en het geestelijke, een onderscheid dat ons vrijmetselaren uiteraard niet vreemd is.
In de eeuwenoude tegenstelling tussen wetenschap en religie zijn er heel wat verschillende wereldbeelden ontstaan en versleten. Het ene uiterste is een streng wetenschappelijk wereldbeeld waarin geest of bewustzijn heet voort te komen uit materie. Dus eerst materie, toen pas geest. Typisch gevolg daarvan is de stelling dat je met geest of bewustzijn niets wetenschappelijks kunt beginnen. Dingen als intuïtie, instinct, diep innerlijk weten, aandacht e.d. heten dan ‘voer voor filosofen’ of theologen te zijn, niet voor wetenschappers.
Het andere uiterste is een wereldbeeld waarin geest of bewustzijn als het eigenlijke materiaal van de kosmos wordt gezien. Bewustzijn is dan niet het einde van de evolutie, maar het begin. Deze soort wereldbeelden is de oudste. Waren b.v. regel bij de meeste primitieve culturen, en in de middeleeuwen. Ze zijn nooit helemaal weg geweest, zelfs niet tijdens de wetenschappelijke revolutie. Tussen die twee uitersten zaten en zitten nog steeds allerlei dualistische wereldbeelden. Descartes was een voorbeeld van zo’n dualistische visie. Harman signaleert een verschuiving van het zwaartepunt in het westerse denken, in de richting van minder gewicht op de materie en meer op het bewustzijn. Hij onderbouwt dat met vele voorbeelden. De wetenschap kan weinig beginnen met onze innerlijke subjectieve ervaringen, en het besef ontwaakt dat die nu juist de basis zijn van onze diepste waarden en van onze zingeving. Wetenschap, technologie, welvaart of kennisvermeerdering blijken die basis niet te kunnen leveren. En dat begint te knellen.
Wetenschap en religie zullen waarschijnlijk nog lang twee verschillende soorten van weten opleveren, maar die zijn beide nodig om de mens het hoogst mogelijke te laten bereiken. Harman ziet een belangrijke rol weggelegd voor esoterische stromingen. Want de esoterie wil meer weten dan de religie, en tevens dieper schouwen dan de wetenschap. Dat geldt naar mijn smaak ook voor vrijmetselarij. Bij mij is dat zeker ook het geval.
De wetenschapper die esoterische wereldbeelden afdoet als onjuist of onzinnig, maakt wetenschap tot een ideologie. En dat is fout, want ideologie betekent altijd oogkleppen, en dus onzuiver wereldbeeld. Maar de esotericus die met zijn wereldbeeld de natuurwetenschappen probeert te weerleggen, maakt zich in westerse ogen ook belachelijk. Waarom? Omdat de menselijke ervaring iets is dat boven die beide benaderingen uitgaat.
Het boek van Harman heet niet voor niets Global Mind Change. De Nederlandse vertaling heet naar mijn smaak ten onrechte Omwenteling. In mijn denkpatroon zie ik hier de voortstuwende wereldorde aan het werk.
Wat ik hier en nu bezig ben te beschrijven, was en is nog steeds een zoektocht. Ik heb mij meermaals afgevraagd wat zo veel mensen mét mij tot zoekers maakt. Ik kwam toen terecht bij de antropoloog Joseph Campbell, en dat resulteerde in een bouwstuk Waarom godsdienst? van 1992. In antropologische termen bleek dat godsdienst en mythologie in diepste wezen biologisch in de mens gefundeerd zijn. Opnieuw een aanwijzing dat de evolutietheorie alle menswetenschappen overkoepelt.
In mijn visie is ook hier de voortstuwende wereldorde aan het werk. Zich manifesterend in zoektochten van mensen, met behulp van mythen, godsdienst, esoterie, kennis, kunst, en nog veel meer. Aldus kon een hele waaier van verschillende wereldbeelden ontstaan: mythologische, godsdienstige, wetenschappelijke, mechanistische, organische, mystieke en nog veel meer. Die telkens weer tot andere levenswijzen leiden.
Dat heeft zich in de menselijk geschiedenis voortdurend afgespeeld. In verre voorhistorische tijden was het wereldbeeld van de jagende en verzamelende mens een beeld van afhankelijkheid, harmonie en eenheid met moeder Aarde, dus matriarchaal-godsdienstige wereldbeelden. Volgens archeologen waarschijnlijk zonder georganiseerd geweld of veroveringen.
Sinds een paar duizend jaar vC werden het patriarchaal-godsdienstige wereldbeelden, met een prominente plaats voor overheersing en geweld. Er ontstonden koninkrijken en keizerrijken die elkaar bevochten. De mens ging zichzelf los van de natuur zien. De natuur werd object, gebruiksvoorwerp, door een mannelijke God geschapen ten dienste van de mensheid. Vrouwelijke godinnen werden afgedankt of gedegradeerd.
Naar het Oosten toe bleef men de natuur zien als een levend, dynamisch evenwicht tussen tegengestelde krachten als yin en yang, licht en duisternis. Nog steeds met godsdienstige wereldbeelden.
Naarmate de wereld dichter bevolkt raakte, gingen de wereldbeelden meer onderling verschillen. In het westen maakten Griekse filosofen een begin van een wetenschappelijk wereldbeeld. Ze stelden vragen als ‘waarom alle levende wezens hun rollen spelen zonder dat iemand ze dat hoeft te leren’, of ‘waarom orde en chaos zich in de natuur zo mooi afwisselen?’ Zoeken naar natuurwetten dus.
Andere Griekse filosofen poneerden andersoortige wereldbeelden, b.v. van een volmaakte orde in de kosmos, die de onvolmaakte mens alleen maar niet goed kon zien. Plato zag de wereld buiten onze zintuigen als volmaakt. Dat kon niet anders dan het werk zijn van een volmaakte schepper. Die schepper werd geleverd door het christendom. Het bleven godsdienstige wereldbeelden.
Het christelijke wereldbeeld werd in enkele eeuwen helemaal aangepast aan de mannelijke heerserscultuur van het Romeinse en het Byzantijnse rijk. Het had ongeveer duizend jaar een monopolie in het westen. Al die tijd was ons denken en handelen godsdienstig gekleurd.
Na de renaissance begon de secularisering van ons wereldbeeld. Wat de socioloog Max Weber ‘de onttovering van de wereld’ noemde. We gingen de natuur zien als een niet-levend mechanisme, dat je kon begrijpen, beheersen en gebruiken. Francis Bacon (een wetenschapsfilosoof): “de natuur moet tot dienstbaarheid worden gebracht, tot onze slavin gemaakt”.
Gewapend met wetenschap gingen we de natuur en ook de menselijke samenleving als maakbaar zien. We meenden in de evolutie een streven naar volmaaktheid te zien. Beide ideeën zijn al weer bezig te verdwijnen. Een rake typering van een paleontoloog was: “Als de eerste eencelligen volmaakt waren geweest, dan zouden er nu nog steeds alleen maar bacteriën op aarde leven”. We zien de evolutie nu als een reeks van improvisaties, met missers en successen beide, maar nooit volmaakt. En naar mijn mening is het met ieder mensenleven, en ook met de samenleving, niet anders gesteld.
Wetenschap en technologie hebben een geweldige oppepper gegeven aan ons besef van menselijk kunnen. Bergen kunnen worden opgeruimd, zeeën drooggelegd, woestijnen vruchtbaar gemaakt. En dat machtsbesef richt zich niet alleen tegenover de weerspannige natuur, maar ook tegen de mensen die zich niet meer onder de macht van b.v. staat, kerk of vorst wensen te schikken. Er was een tijd dat alle mensen in een samenleving één wereldbeeld opgelegd kregen, op straffe van sancties. Dat is bezig te verdwijnen, maar nog lang niet iedereen heeft als beginsel aanvaard dat ieder mens de vrijheid heeft om zijn eigen wereldbeeld te ontwikkelen en daarnaar te leven. Dus ook je eigen kinderen. En het is een nóg grotere stap om dat als een uiterste consequentie van voortstuwende wereldorde te zien.
Het is óók een geschikte overstap naar de vrijmetselarij. U kent allemaal de herhaalde oproepen van Br. Sarphati om verantwoordelijkheid te nemen voor de samenleving waar we deel van zijn. U hebt mij in het begin van dit verhaal ook iets horen zeggen over verantwoordelijkheid in verband met de voortstuwende wereldorde. U kent ook de maçonnieke kreet ‘Op U komt het aan’. Dat betekent m.i. dat ieder van U daar op eigen wijze invulling aan mag of moet geven. Ik noem alleen mijn zienswijze:
In beginsel vind ik dat je zoekende mensen niet moet vertellen hoe ze moeten leven, maar hun stof ter overdenking moet aanbieden voor hun wereldbeeld. Ik geloof namelijk dat iedereen de voortstuwende wereldorde dichter benadert (of beter bedient zo U wilt) naarmate zijn wereldbeeld vollediger en realistischer wordt. Heel plat gezegd: kennis, feiten en inzichten zijn nuttiger dan ongevraagde adviezen. En met zoekende mensen doel ik natuurlijk niet op mensen die de weg naar het station zoeken of een computerprobleem willen oplossen, maar die met grote vragen bezig zijn. Wie zich afvraagt hoe hij moet leven, is gediend met kennis en inzicht van de wereld om hem heen.
Hoe kom ik aan dit beginsel? Dat weet ik zelf niet precies. Naarmate ik meer ging beseffen dat ik de wijsheid niet in pacht heb, begon het vorm te krijgen. Het klopt toevallig mooi met de bestaande opvatting dat verscheidenheid, variatie, een sleutelrol schijnt te hebben in de evolutie. Monocultuur is stagnatie, multicultuur is vooruitgang. Duizend soorten geven het leven meer overlevingskansen dan tien. Moet ik dus mijn besluit toeschrijven aan de voortstuwende wereldorde? Neen, het was mijn besluit. Maar het is meer dan toeval dat ik ben zoals ik ben, en dat meerdere, dát was katalysator in mijn denken.
Ik hoop dat het mij een beetje gelukt is om de essentie van die vijf vroegere bouwstukken over te dragen. De oudere broeders kunnen dit verhaal zien als een vervolg van het bouwstuk dat ik in 1994 leverde onder de titel ‘Verslag van een zoektocht’. Een samenvatting dáárvan staat nog steeds op de Internet site van de Orde. |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
Mail to promeijn@promeijn.nl |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||