KEERPUNT OF DOEMDENKEN? Piet Romeijn, 31.1.2006 (zie ook de bijjlagen over yin en yang en de systeembenadering van het leven, onderaan dit document)
Waarom dit bouwstuk? Volgens onze beginselverklaring draagt de vrijmetselaar ook naar vermogen bij aan een goede samenleving. Dit bouwstuk gaat over de samenleving. De titel illustreert de veel gehoorde mening dat het in de samenleving foute boel is. Dat vind ik ook, maar een boek van Fritjof Capra maakte mij er op attent dat je een crisis op twee manieren kunt bekijken: als een voorbode van ondergang of als een symptoom van verandering, een keerpunt dus. Niet voor niets is het Chinese karakter voor 'crisis' samengesteld uit de karakters voor 'gevaar' en voor 'gunstige gelegenheid'
Eerste vraag: is onze cultuur in crisis? Ja, vinden vele mensen, waaronder ook ik. Langzaam maar zeker wordt het ecosysteem van onze aarde bedreigd. Lucht, water en voedsel worden verontreinigd door tegennatuurlijke stoffen. Onze kerntechnologie kan de hele wereld vernietigen, ineens of heel langzaam. Allemaal mensenwerk. De gezondheid van de mensheid gaat achteruit. In een groot deel van de wereld door ondervoeding en ziekte, in de ontwikkelde wereld door 'beschavingsziekten' en psychische stoornissen. Denk ook aan zaken als toename van geweld, rampen en economische stoornissen. Onze moraal is bezig zoek te raken. Het aantal systematisch vermoorde mensen in de 20e eeuw was het hoogste uit de geschiedenis. (tussen 1900 en 1987 170 miljoen mensen, oorlogen niet meegerekend). Maarten Zweers noemt het in Ken Uzelve 2004/6 'falend rentmeesterschap', en vreest een boemerang effect. Ik citeer een paar regels: "Het zijn geen doemdenkers, maar de bewust levende mensen, die met de dag sterker voorvoelen dat onze wereld vanwege voornoemd boemerang effect in een gigantische catastrofe terecht dreigt te komen"
Wie is Capra? Capra (1939) is een zeldzame combinatie van natuurkundige en filosoof. Hij houdt zich al een jaar of dertig als onderzoeker bezig met subatomaire fysica en als systeemtheoreticus met de maatschappelijke implicaties van de moderne wetenschap. Zijn eerste boek De Tao van Fysica, verscheen in 1975. Daarin ontwikkelt hij interessante parallellen tussen de moderne fysica en oosterse filosofieën.
Zijn tweede boek, in 1982, was Keerpunt, en dat was de aanleiding tot mijn eerste bouwstuk over het thema, in 1988. Ik kijk er nu een beetje anders tegenaan, vandaar dat U nu een ander verhaal hoort. Wat Capra te zeggen heeft, komt het best over als U hem zelf leest. Ik neem hier alleen een klein citaat van hem over, dat deels te maken heeft met mijn gewijzigde visie sinds 1988: De wetenschap heeft de mystiek niet nodig en de mystiek heeft de wetenschap niet nodig, maar de mens heeft beide nodig. Het zijn twee elkaar aanvullende manifestaties van de menselijke geest, van de rationele en de intuïtieve vermogens ervan (TF 292)
Capra begint met te stellen dat opkomst en ondergang van culturen niets nieuws is. Statische culturen zijn er nooit geweest. Voor ons in het westen is dit een tamelijk recent besef, maar voor de Chinezen bijvoorbeeld een heel gewone zaak.(TF102) Voor hen is al duizenden jaren het universum niet een 'zijn', maar een 'worden'. Voor hen is 'bestaan' continu veranderen. De I Ching (een van hun oudste boeken) heet niet voor niets 'Het boek van de veranderingen'.
Moderne westerse filosofen hebben via hun eigen denkwegen vergelijkbare conclusies bereikt, en zelfs al een beetje gediagnosticeerd. Ze vonden dat cultuurveranderingen zich vaak aankondigen met symptomen als gevoelens van vervreemding, méér psychische stoornissen, méér geweld en andere sociale verstoringen, en groeiende belangstelling voor religieuze sekten, allemaal dingen die ons bekend in de oren klinken. Hegel zag de menselijke geschiedenis als een spiraal waarin na elke fase van tegenstellingen een synthese op hoger niveau volgde. Toynbee (eind 19e eeuw) gebruikte het beeld van 'uitdaging en antwoord', Spencer (19e eeuw) had het over 'differentiaties en integraties', Capra gebruikt voor al die begrippenparen in zijn boek de Chinese namen yin en yang, de oudste van allemaal. Die vind ik het meest veelzeggend sinds ik er iets meer van ben gaan snappen. (Zie kader onderaan dit document)
Opkomst en verval horen er dus bij. Toynbee noemde 'verlies van flexibiliteit' een essentieel kenmerk van verval. De maatschappelijke structuren en gedragspatronen zijn dan zo star geworden dat de samenleving haar problemen niet meer kan oplossen. Ze valt dan uit elkaar, maar gelukkig verdwijnt de creativiteit nooit helemaal. Creatieve minderheden zetten dan het proces van uitdaging en antwoord voort, eerst tegen de stroom in natuurlijk. (zoals bijvoorbeeld de 60er jaren bij ons) We moeten steeds kiezen of we zulke minderheden als lastige verstoorders van de bestaande orde willen beschouwen, of als mogelijke voorboden van verandering, met een kans op verbetering. Want niet iedere verandering is een verbetering. Capra verwacht verbetering.
Een gemiddelde krantenlezer zou nu kunnen reageren in de geest van "mooi verhaal, maar ik merk er niet veel van". En daar heeft hij gelijk in, want het duurt lang voordat je verbetering merkt. Dat komt o.a. doordat grosso modo bij cultuurveranderingen protest en verzet bottom-up plaatsvinden, maar wezenlijke veranderingen top-down. Ze beginnen bijna altijd met het denken van weinigen. Professor Libbrecht, die zijn leven lang oosterse culturen heeft bestudeerd, zegt het heel kernachtig: "filosofie is de harde kern van iedere beschaving". Filosofie levert abstract denkwerk, daaruit ontstaan in kleine stapjes nieuwe ideeën en waarden, en de cultuurdragers bewerkstelligen de cultuurveranderingen. Dat is allemaal mensenwerk. Je mag het ook een manifestatie van de voortstuwende wereldorde noemen.
Het is dus een lange weg van de filosofie naar de maatschappelijke problemen van vandaag. Het is bovendien een feit dat die weg in het ene werelddeel tot heel andere culturen heeft geleid dan in het andere. Waarom dat is, is voor de wetenschap nog een mysterie, en de westerse wetenschap heeft de neiging om mysteries te negéren.
De sociologie heeft er wél al iets over uitgezocht. De Harvard-man Sorokin onderscheidt drie fundamentele denkpatronen die afwisselend zwaartepunt van een cultuur kunnen worden: zintuiggericht, ideegericht en idealistisch.
Een zintuiggerichte cultuur wordt gekenmerkt door uitspraken als: 'de uiteindelijke werkelijkheid is alleen de materie', 'geestelijke verschijnselen zijn alleen maar verschijningsvormen van de materie', 'alle zedelijke waarden hebben maar een beperkte geldigheid', ' zintuiglijke waarneming is de enige bron van waarheid en kennis'. Onze huidige westerse cultuur is typisch zintuiggericht.
Een ideegerichte cultuur stelt het wezenlijk anders, b.v. 'de eigenlijke werkelijkheid ligt voorbij de materiële wereld, in een geestelijk rijk', 'kennis kan ook worden verkregen door innerlijke ervaring', 'er bestaan wèl absolute zedelijke waarden en bovenmenselijke normen van waarheid, schoonheid en rechtvaardigheid'. Denkpatronen van deze soort vind je b.v. in het boeddhisme en het taoïsme.
Bovendien brengt het wisselspel tussen de twee benaderingen soms een synthese voort, een 'idealistisch' denkpatroon. Daarin ontstaat dan een nobel evenwicht tussen kunst, filosofie, wetenschap en technologie. Voorbeelden in het westen vindt hij de Griekse klassieke tijd, en ook de Renaissance, die zo mooi tussen de ideegerichte Middeleeuwen en de zintuiggerichte moderne tijd in zat. U hebt natuurlijk al begrepen dat bij cultuurveranderingen de tijdhorizon veel verder ligt dan een mensenleven.
Capra vreest dat de veranderingen deze keer wel eens dramatischer kunnen uitpakken dan alle vorige, omdat het tempo ervan deze keer hoog is, en omdat de veranderingen voor het eerst de hele aarde omspannen. Bovendien zijn de risico's van verkeerde beslissingen nu groter dan ooit tevoren. Dat vraagt om kleine stapjes, zoals de wetenschapsfilosoof Karl Popper terecht aanbeveelt.
Cultuurveranderingen gaan natuurlijk nooit allemaal tegelijk, maar, zo meent Capra, er zijn nu toch tekenen dat ten minste drie belangrijke cultuurelementen deze keer wél tegelijk aan het veranderen zijn. Hij noemt dan: a) de trage en onwillige neergang van het patriarchaat. Dat heeft minstens 5000 jaar geheerst, en al die tijd was de vrouw achtergesteld. Dat zat zo diep dat het wel een natuurwet leek. Maar de ommezwaai is begonnen, en volgens Capra is dat een van de sterkste cultuurstromen van onze tijd. b) de tweede verandering zal komen door het opraken van de fossiele brandstoffen, De alternatieven zullen dan zijn: òf kernenergie, òf we zullen wegen vinden om de zonne-energie te gebruiken, òf we zullen leren met minder energie te leven. Maar het wordt in ieder geval een overgang met enorme consequenties voor het dagelijks leven. Via een van mijn bouwstukken op het internet hoorde ik van het reactorcentrum in Petten het goede nieuws dat er al minder gevaarlijke kernreactoren zijn, die zichzelf doven als er iets fout gaat. e) de derde verandering staat in verband met culturele waarden. Dat zijn de paradigmaverschuivingen. Een paradigma is een verzameling van denkinhouden, normen, waarden en ideeën van groepen denkers, die tezamen de zienswijze op de wereld bepalen. Ik noem een paar van die schuivende paradigma's: • de overtuiging dat de 'wetenschappelijke' methode de enige weg tot kennis is; • de visie dat het heelal een mechanisch systeem is, opgebouwd uit materiële bouwstenen; • de opvatting dat het leven uitsluitend in wedijver, als een strijd om het bestaan verloopt; • de overtuiging dat door economische en technische groei een onbeperkte materiële vooruitgang kan worden bereikt. Mij dunkt dat wij vrijmetselaren op dit derde gebied iets kunnen bijdragen. Ik verwacht veel van die paradigma-verschuivingen.
Capra spreekt niet als profeet of visionnair, maar als natuurwetenschapper die waarneemt en interpreteert. Hij laat dus in het midden of de veranderingen die hij signaleert voldoende zullen zijn om een behaaglijke cultuur op te leveren.
De drie door hem geduide overgangen (ik noem ze maar vast paradigma-verschuivingen) hebben zo'n omvang en diepgang dat ze naar zijn mening niet kunnen worden tegengehouden, al wordt dat natuurlijk wel geprobeerd. Het enige resultaat van teveel verzet zal zijn dat de overgang meer narigheid zal meebrengen dan onvermijdelijk is. We moeten de zo menselijke fout vermijden dat we instellingen of personen de schuld geven van dingen die aan onze gehele cultuur ten grondslag liggen. We kunnen beter proberen grote conflicten en rampen te voorkomen door een aantal fundamentele basisideeën van onze cultuur eens goed te bekijken, achterhaalde denkmodellen weg te doen, afgedankte waarden uit het verleden opnieuw te overwegen e.d. Dat gebeurt al! Ik kom daar direct op terug.
Want alleen dán, aldus Capra, hebben we een kans op een harmonieuze en min of meer vredige culturele overgang zoals die zo mooi beschreven staat in de Chinese I Ching, het Boek van de Veranderingen: Na een tijd van verval komt het keerpunt. Het krachtige licht dat was verbannen keert terug. Er is beweging, maar niet voortgebracht door een kracht ........ De beweging is natuurlijk en ontstaat vanzelf. Daardoor verloopt de omvorming van het oude gemakkelijk. Het oude wordt afgeworpen en het nieuwe naar voren gebracht. Beide handelingen stemmen overeen met de tijd. Daarom wordt niets geschaad.
Ik blijf in mijn verhaal bewust bij de abstracte aspecten van het keerpunt, maar Capra wordt in zijn boek Keerpunt wel degelijk ook concreet. In de laatste 300 pagina's gaat hij heel boeiend in op de implicaties voor de biologie, psychologie, psychiatrie, geneeskunde, economie, ecologie, farmacie, landbouw en nog veel meer.
Natuurlijk rijst de vraag: is er al iets te merken van verandering? Dat is inderdaad het geval, in de zin van veranderend denkwerk. Ik heb daar ooit een bouwstuk over geleverd, gebaseerd op het boek Global Mind Change. Dat boek is in 1987 geschreven door Willis Harman (1918-1997), toenmalig president van het Amerikaanse Noetic Science Institute. Dat instituut houdt zich sinds 1971 bezig met onderzoek naar verschuivingen in de drie manieren waarop wij kennis vergaren: logisch denken van het intellect, waarnemen en ervaren met de zintuigen, en intuïtief spiritueel of innerlijk weten. Dat laatste, noïtisch weten, heeft te maken met het oud-Griekse woord nous.
Het boek doet verslag van dat jarenlange onderzoek en onderbouwt de hypothese dat er inderdaad verandering plaatsvindt op het meest fundamentele niveau van de overtuigingsstructuur van het denkende deel van de westerse samenleving. (WH11). Wat ik ook van belang vind, is Harmans conclusie dat geen enkele economische, politieke of militaire macht blijvende weerstand blijkt te kunnen bieden aan de macht van veranderend denken in de samenleving (Voorbeelden: einde Vietnam oorlog, ondergang Sovjets, grijs/zwarte economie, burgerlijke ongehoorzaamheid, massale dienstweigering, e.d.).Het is even een gedachtensprong, maar zo'n uitspraak is precies hetzelfde als wat Maarten Zweers in Ken Uzelve zegt: "als we onze ideeën veranderen, zal de vormenwereld volgen". (2004/7+8)
Harman concludeert als feit dat er over de behoefte aan een transformatie van de westerse cultuur wijd verbreide overeenstemming bestaat bij het denkende deel van de westerse wereld (WH98). De metafysische achtergrond laat ik zitten, zou nu te ver voeren.
Als praktijkvoorbeelden van maatschappelijke bewegingen noemt hij o.a. de vredesbeweging, de vrouwenbeweging, de milieubeweging, en de beweging voor de burgerrechten. En in de jongste tijd de beweging tegen de globalisering.
Als 'denk-achtergronden' ervan noemt hij: (1) de toenemende belangstelling voor yoga, oosterse filosofie en religie, meditatie e.d. (In de VS b.v. Zen in de 'beat generation' en in de kunst) (2) het veranderde aankijken tegen de status quo (WH98)
Harman noemt wat er gebeurt 'radicalisering' of 'verandering van perceptie'. In de jongste tijd wordt er in plaats van 'radicalisering' vaak neutraler gesproken van 'veranderend bewustzijn', inzien dat we te veel zo maar als waar hebben aangenomen, bijvoorbeeld dat de aarde er is om uitgebuit te worden, dat premoderne beschavingen vervangen moeten worden, dat vrouwen een ondergeschikte rol hebben, consumptie goed is voor de economie, enz. (WH99)
Wat Harman omschrijft als 'anders aankijken tegen de status quo' vindt m.i. een soort culminatie in het werk van de Franse filosoof Foucault, die beschrijft hoe de moderne westerse samenleving ons, zonder dat we ons daarvan bewust zijn, disciplineert tot wat men tegenwoordig 'normale' mensen vindt. (SpW 325)
De belangrijkste en met onderzoek onderbouwde stelling van Harman is in ieder geval dat we ons momenteel midden in een verandering van westerse bestaande metafysische veronderstellingen bevinden. Heel voorzichtig zegt hij ergens dat 'als die stelling juist is', vermoedelijk op vijf waarden meer nadruk zal komen te liggen: • de mens in harmonie met de natuur • de mens in harmonie met de medemens • individuele zelfontplooiing • decentralisatie en een sociale ecologie van culturen • wereldvraagstukken bekijken op wereldniveau. Ook de Gaia theorie komt bij hem aan de orde, de opvatting dat de aarde een levend organisme is. Als die theorie juist is, heeft de aarde dan ook een bewustzijn? Kun je dan de gezamenlijke mensheid als een soort zenuwstelsel van onze biosfeer zien? Een beperkte vorm van de Gaia theorie, het zelfregulerend gedrag van de aarde, lijkt bijna zeker opgenomen te worden in de respectabele wetenschap. (WH108/109) Wie wat meer over de Gaia theorie wil weten, kan terecht op mijn website met twee werkstukken, jaartallen 1990 en 1998.
Ik ga terug naar Capra: De interculturele filosofie, waardevrij vergelijken van culturen, past helemaal bij het denken van Capra. Ik citeer ik uit zijn boek nog een paar 'big shots' uit de fysica over Oost-West:
Julius Robert Oppenheimer, de fysicus van het Manhattan project, waaruit de atoombom ontsprong: De opvattingen over het menselijk kennen, die op basis van de ontdekkingen in de atoomfysica ontwikkeld worden, zijn bepaald niet volkomen onbekend en volkomen nieuw. Zelfs in onze eigen cultuur hebben ze al een geschiedenis achter zich, en in de gedachtenwereld van boeddhisten en Hindoes nemen ze een meer centrale plaats in. We kunnen een uitbouw en een verfijning van deze oude wijsheid verwachten.
Niels Bohr, fysicus: Voor parallellen met wat de atoomtheorie ons leert moeten we ons richten op die kentheoretische problemen, waarmee denkers als Boeddha en Lao Tze al geconfronteerd werden. Daarmee kunnen we proberen harmonie te brengen in onze positie als toeschouwer én acteur in het grootse drama van ons bestaan.
Werner Heisenberg, de man van het onzekerheidsprincipe: Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er uit Japan grote wetenschappelijke bijdragen gekomen op het gebied van de theoretische fysica. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat er een bepaalde verwantschap bestaat tussen filosofische ideeën van het Verre Oosten en de filosofische inhoud van de quantumtheorie.
Nog een citaat van Heisenberg: Het komt waarschijnlijk heel vaak voor in de geschiedenis van het menselijk denken, dat de meest vruchtbare ontwikkelingen juist daar optreden, waar twee heel verschillende manieren van denken elkaar ontmoeten. Zulke denkwijzen kunnen hun oorsprong in heel verschillende delen van de menselijke cultuur hebben, in heel verschillende tijdperken of cultuurgebieden of religieuze tradities juist daarom mag je verwachten, dat als ze voldoende met elkaar in wisselwerking treden, er nieuwe en interessante ontwikkelingen tevoorschijn komen.
En Capra zelf weer aan het woord: We zullen zien dat de twee fundamenten van de fysica van de twintigste eeuw de quantumtheorie en de relativiteitstheorie ons allebei dwingen de wereld te bekijken op een manier die heel veel weg heeft van de manier waarop een hindoe, een boeddhist of een taoïst hem ziet. De overeenkomsten nemen nog toe als we kijken naar onze recente pogingen om die twee theorieën te combineren om de verschijnselen van de submicroscopische wereld te kunnen beschrijven. Hier zijn de overeenkomsten tussen de moderne fysica en de oosterse mystiek zo opvallend, dat we vaak uitspraken zullen tegenkomen waarvan we niet kunnen vaststellen of ze nu van een fysicus of van een oosterse mysticus afkomstig zijn.
De overeenkomsten vinden we niet alleen in de hindoeïstische Veda's, maar ook in het werk van Herakleitos, in het soefisme van Ibn Arabi en in de lessen van Yaqui tovenaar Don Juan. Het verschil tussen de oosterse en de westerse mystiek is, dat mystieke scholen in het westen altijd een randverschijnsel waren, terwijl ze in het oosten een doodgewone zaak zijn.
Zulke uitspraken sterken mij in mijn overtuiging dat er oplossingen kunnen voortvloeien uit toenadering tussen Oost en West .
Capra beschrijft dan de 'spiraalvormige' ontwikkeling van de westerse wetenschap. Hoe het denken van de oudste Grieken als Herakleitos en Pythagoras, via een indrukwekkende ontwikkeling van intellectueel denken bij de Grieken, weg groeide van zijn mystieke oorsprong, maar in de jongste tijd weer terugkeert richting oorsprong en daarmee ook richting oosterse filosofieën. Alleen nu niet meer gebaseerd op intuïtie, maar mede op consistent wiskundig formalisme. De westerse wereldbeschouwing is nu mechanistisch, de oosterse was en is organisch. Dat maakt ook begrijpelijk dat men in het oosten onze scherpe grenzen tussen wetenschap, religie en filosofie niet kent en eigenlijk maar vreemd vindt.
Ik ben nu aan conclusies toe: wat de hamvraag betreft ben ik van mening dat we inderdaad niet voor een ondergang staan, maar in een keerpunt zitten. Bovendien ben ik er van overtuigd geraakt dat het oosten ons nuttige wijsheid te bieden heeft. Integratie van oost en west zie ik niet zitten, synthese misschien gedeeltelijk, maar intensieve en onbevangen bestudering over en weer lijkt mij een eerste vereiste. Libbrecht is daar al volop mee begonnen, en Capra gaf de aftrap voor de fysici; denk b.v. aan de citaten van die epigonen uit de fysica, en ook wat Harman al aan het licht heeft gebracht. Als het mij lukt kom ik t.z.t. met een bouwstuk dat een link legt tussen oost en west via de psychologie, de westerse wetenschap van ons bewustzijn.
Ik neem aan dat U zich nu zou kunnen afvragen: wat moet ik met zo'n verhaal? Het eerste antwoord komt natuurlijk van Uzelf, maar ik vond ook een antwoord van Maarten Zweers. In Ken Uzelve 2004/3 is hij het eens met de stelling dat onze wereld in crisis is. Zijn conclusie in 2004/6 is (letterlijk geciteerd): "Laten we in comparitie gaan over de essentie van ons eigen wezen, opdat we elkaar kunnen helpen bij het vinden van wezenlijke perspectieven voor onszelf, als deel van een wereld in nood. Dat wordt nu van ons gevraagd."
Een mooie suggestie, vind ik.
—0—
Verwijzingen in de tekst en bibliografie: WH = Willis Harman: Global Mind Change, vertaald als Omwenteling, ISBN 90 6069 7480 C = Fritjof Capra: Het Keerpunt, ISBN 90 254 6522 6 TF = Capra: De Tao van fysica, ISBN 90 254 6803 9 SpW = Sperna Weiland: De mens in de filosofie van de twintigste eeuw, ISBN 90 290 7285 7
YIN - YANG
wijsheid - kennis religie - wetenschap integrerend - zelfbevestigend integrerend - differentiërend intuïtief - rationeel samenwerkend - wedijverend synthese - analyse omgevingbewust - zelfbewust reagerend - agerend vrouwelijk - mannelijk ecocentrisch - egocentrisch lineair denkend - holistisch denkend innerlijk - uiterlijk aarde - hemel maan - zon nacht - dag samenvoegend - scheidend
De systeembenadering: Die kijkt naar de dingen in termen van onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid. Levende organismen, samenlevingen van mensen of dieren en hele ecosystemen kunnen allemaal als systemen worden bekeken. Op fascinerende wijze blijkt dan dat oeroude beeld van yin en yang verwantschap te hebben met iets dat de wetenschap sinds kort bestudeert. Alle natuurlijke systemen blijken zich te organiseren uit deelsystemen, holons genaamd, die elk op zichzelf een geïntegreerd geheel zijn, maar tegelijk ook een deel zijn van een groter geheel. Als regel is die structuur hiërarchisch (atomen - moleculen - cellen - organen - functionele systemen - levend schepsel enz.). De naam holon is bedacht door de filosoof Arthur Koestler en deze manier van beschouwen wordt daarom holistisch genoemd. Die hiërarchie van holons stopt niet bij individuen, maar kan voortgezet worden tot gezinnen, families, stammen enz., desgewenst tot de kosmos. Kenmerk van de structuur is dat het hogere systeem altijd eigenschappen heeft die je uit de lagere systemen niet allemaal kunt afleiden (het geheel is meer dan de som van de delen).
EIk holon heeft twee neigingen: een integrerende neiging (yin), en een zelfbevestigende neiging (yang). Die twee zijn tegengesteld maar complementair. Uitsluitend zelfbevestigend gedrag zou het eigen systeem sterk maken, maar geen bijdrage leveren aan het hogere systeem. Dat zou sterven of schade lijden, met repercussies voor het geheel. Met uitsluitend integrerend gedrag zou het lagere holon veel bijdragen aan het hogere holon, maar het zou zelf sterven en daarmee ook het voortbestaan van het geheel bedreigen. In een gezond systeem heerst evenwicht tussen integratie en zelfbevestiging, en dat evenwicht is niet statisch, altijd dynamisch. In een menselijke samenleving noemen we dat evenwicht levenskunst'. In de biologie heet het homeostase. Daardoor is het systeem flexibel, kan het stress weerstaan, en zich aanpassen aan verandering, en eventuele schade herstellen. Je krijgt diep respect voor die oude Chinese denkers, die dit intuïtief al inzagen. |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
Mail to promeijn@promeijn.nl |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||