Universele religie
Piet Romeijn, april 2005
Hoezo dit bouwstuk? Het idee ontstond toen ik een boek van de Duitse filosoof Safranski aan het lezen was over Het Kwaad. In twee zinnen samengevat zegt dat boek dat het kwaad onverbrekelijk verbonden is met de menselijke handelingsvrijheid die de evolutie ons heeft geschonken, en dat we daar zelf mee moeten klaarkomen. Safranski concludeert: “We moeten proberen te doen alsof een god of onze eigen menselijke natuur het goed met ons voorheeft”.Voor mij is dat geen bevredigende conclusie. De zgn. almachtige goden hebben niets verbeterd. Blijft over: dat we het zelf moeten klaren. Mijn gevoel is dat we daar toch religie of spiritualiteit bij nodig hebben, maar dan iets beters dan wat zich nu vaak religie noemt: stromingen, godsdiensten en sekten die elkaar bestrijden, allemaal monopolies van wijsheid en waarheid claimen, en klaarstaan met hun recepten hoe wij moeten leven. En van de wetenschap verwacht ik ook geen soelaas. Tien of twintig jaar geleden, niet gehinderd door relevante kennis of inzicht, leefde ik met het halfbakken idee dat de huidige westerse beschaving zo’n beetje de maatlat was voor de menselijke soort. Ik weet nu beter. Eigenlijk moet ik zeggen: Ik voel nu anders. De term 'voortstuwende wereldorde' heeft voor mij als invulling gekregen een mysterieus soort krachtenveld dat de mens overstijgt, en dat de dynamiek levert voor het leven op aarde. Ik denk dat het in de buurt komt van wat de Franse filosoof Henri Bergson in de vorige eeuw élan vital noemde. De term OBdH was en is voor mij strikt symbolisch gebleven. Al mijmerend kreeg ik een soort visioen van een mondiale religie of stroming die voldoende harmonie zou opleveren om het kwaad wat te beteugelen. Een utopie natuurlijk. De vrijmetselarij, met alle respect, is daarvoor ten enenmale ongeschikt. De onderlinge verschillen van de mensen zijn daarvoor te groot. Niets kan die wegnemen, ze moeten dus erkend en geaccepteerd worden. Gemakshalve doopte ik die utopie voor mijzelf ‘universele religie’. Religie in dit geval te verstaan als alles wat een mens denkt, doet en voelt onder de vlag van godsdienst, mythologie, esoterie, sjamanisme, animisme, en aanverwante artikelen. Uitdrukkelijk dus ook de vrijmetselarij (als esoterie). Op deze manier gedefinieerd is er weinig verschil tussen religie en spiritualiteit. Spiritualiteit is niet op voorhand leerstellig, religie vaak wel. In de vrijmetselarij leerde ik veel, maar dat betekende voor mij niet het einde, maar het begin van een zoektocht. Halverwege die zoektocht (1994) heb ik verslag gedaan aan mijn loge. Een artikel erover staat nog steeds op de website van de orde. Het was tien jaar geleden voor mij een aangename verrassing te merken dat er in de richting van universele religie méér gebeurt dan ik wist. Ik las over het eerste wereldparlement van religies in 1893 in Chicago. Er waren negen grote religies vertegenwoordigd, met duizenden participanten: christendom, hindoeïsme, jaïnisme, boeddhisme, judaïsme, confucianisme, shintoïsme, islam en mazdaïsme. Eén van de daar geleerde lessen, aldus de wetenschappelijke afdeling van dat parlement, was dat er religies zijn die meer achting verdienen dan het christendom, in die zin dat ze een grotere filosofische diepte bereiken en een grotere spirituele intensiteit. En die het christendom overtreffen in individueel onafhankelijk denken, terwijl ze in niets onderdoen op het gebied van ethische schoonheid en efficiency. Dat zijn zware uitspraken, naar mijn smaak van een hogere orde dan die van wat voor concilie of synode ook. Sindsdien is er tenminste één beweging aan het groeien die zich beijvert voor een niet-monopolistische universele religie. Het is een monnikenorde die in 1897 werd gesticht in de buurt van Calcutta, door Swami Vivekananda, een discipel van Rama Krishna, die toen net gestorven was. Het is inmiddels de grootste monnikenorde van India geworden, met 141 centra in 16 landen. Vivekananda was een van de deelnemers aan dat eerste wereldparlement van religies in 1893. In de New York Herald van toen stond daarover het volgende: “Vivekananda is zonder meer de grootste figuur van het Parlement van Religies. Na zijn toespraken beseffen wij hoe dwaas het is om missionarissen naar India te sturen” De toespraak die hij daar hield werd in z’n geheel afgedrukt in het tijdschrift Prana nr. 76, van mei 1993, ter gelegenheid van het eeuwfeest van dat eerste Parlement. Ik geef er een uiterst summiere samenvatting van, maar wél met nagenoeg dezelfde woordkeuze als Vivekananda, Hij sprak een heldere taal in plaats van het zo vaak duistere en cryptische van de Indiase filosofie. Bedenkt U dat dit ruim een eeuw geleden werd uitgesproken. De ‘ik’ erin is Vivekananda (die toen 30 jaar oud was; hij stierf in 1902). “Woorden als liefde, vrede, gelijkheid, broederschap hebben al veel van hun betekenis verloren. In elke grote godsdienst vinden we drie elementen: 1. De filosofie, die de basisprincipes uiteenzet, doel en middelen Eerst over de filosofie: Iets als een universele filosofie bestaat nog niet. Elke religie verkondigt zijn zogenaamde ‘enig juiste’ dogma’s. Wie ze niet gelooft, krijgt het moeilijk. Soms worden zelfs dwang en geweld gehanteerd. Fanatisme is de gevaarlijkste van alle menselijke ziekten. Dan de mythologie: een voor iedereen aanvaardbare mythologie bestaat nog niet, zelfs geen harmonie tussen bestaande mythologieën. Hij noemt voorbeelden. Dan de rituelen: iedere sekte heeft een eigen ritueel, vindt dat heilig en noemt de rituelen van anderen bijgeloof. Hij noemt voorbeelden. We roepen om het hardst ‘universele broederschap’, maar wat komt daar in de praktijk van terecht? Zodra je een sekte maakt, protesteer je tegen gelijkheid en hef je de broederschap meteen op. Zij die de broederschap in hun hart voelen, praten niet veel, maar doen. Eén stel doctrines dat door de hele mensheid geloofd zou moeten worden is even onmogelijk als één universele mythologie of één universeel ritueel. Want verscheidenheid is het eerste levensprincipe. De biologische evolutie werkt door differentiatie. (Knap gezegd, slechts tien jaar na Darwin, PR) Wat bedoel ik dan met het ideaal van universele religie? Geen universele filosofie, mythologie of ritueel, want de wereld moet blijven functioneren, en dat kan alleen maar door de natuurlijke noodzaak van variatie te erkennen en open te houden. We moeten leren inzien dat waarheid op duizenden manier uitgedrukt kan worden, en dat iedere manier tot op zekere hoogte waar is. Elke sekte, elke ziel, elke natie, elke religie zoekt bewust of onbewust naar wegen om zich op te werken tot zijn God, zijn eigen waarheid. Tot dusver klopt mijn verhaal theoretisch, maar is er een methode om die harmonie tussen religies praktisch uit te werken? Wat is praktisch? Als het plan de individualiteit van geen enkel mens aantast, en hem tegelijkertijd een punt aanwijst waar alle religies samenkomen. Tot nog toe heeft men het in feite geprobeerd met enkele uitgezochte doctrines, die prompt nieuwe sekten in het leven riepen. Ik leg mijn plan aan U ter discussie voor. In de eerste plaats wil ik de mensen vragen om de spreuk te erkennen: ‘Vernietig niet’. Geen iconoclasmen. Breek niet af, haal niet omlaag maar bouw op. Help als je kunt. Kun je dat niet, kruis dan je armen en kijk hoe alles verloopt. Zeg geen woord tegen iemands overtuiging als die eerlijk is. Accepteer de mensen op het niveau waarop ze staan en verhef ze. Niemand kan een plant laten groeien, de plant groeit zelf. Zo is het ook met de spirituele groei van ieder mens. Niemand kan je dat leren, niemand kan een spiritueel mens van je maken. Je moet het zelf doen. Mensen zijn verschillend. Generaliseren kan niet, maar we kunnen ze wel voor de praktijk in vier klassen onderscheiden: (1) De actieve persoon, de werker. die zijn energie gebruikt voor liefdadigheidswerk, dingen maken, plannen, organiseren; (2) De emotionele mens, die het sublieme en het mooie overmatig wil liefhebben. Hij bekommert zich er niet om of het bestaan van Christus of Boeddha rationeel aangetoond kan worden, of op welke moment precies de Bergrede werd uitgesproken. Dan heb je (3) de mysticus, die door analyse wil uitzoeken welke krachten in ons werkzaam zijn, en hoe we die onder controle kunnen krijgen. En tenslotte (4) de filosoof, die alles tegen elkaar wil afwegen en zijn intellect wil inzetten, desnoods buiten de mogelijkheden van de menselijke filosofie. Welnu, om acceptabel te zijn voor de meeste mensen moet universele religie groeimogelijkheden bieden aan al die mensentypen. Universele religie moet zowel filosofisch zijn als emotioneel, mystiek en tevens aansporend tot werken. Laat de filosofen en wetenschappers vrij in hun pogingen alles rationeel te verklaren. Ze vinden vanzelf de grens van hun verstand. Laten we de mysticus verwelkomen en klaar staan om hem wetenschappelijke analyse aan te bieden. En met emotionele mensen moeten we samen kunnen zitten, lachen en huilen. Als de energieke werker komt, moeten we met hem werken met de energie die we hebben. Hét ideaal — die vier elementen in gelijke mate én volledig ontwikkeld, bestaat niet. Mijn ideaal is: voldoende evenwicht tussen die vier richtingen, Dat wordt bereikt met wat wij in India yoga noemen. Voor de ‘werker’ betekent yoga verbondenheid met het geheel van de mensheid. Voor de mysticus betekent het verbinding tussen het lagere en het hogere zelf. Voor de minnaar is het verbinding tussen zichzelf en de god van de liefde. Voor de filosoof is het verbinding met alle existentie.” Tot zover de toespraak van Vivekananda in 1893. Hij beschrijft verder de vier compartimenten van yoga, die ik niet kan samenvatten. Maar hij zegt erbij dat alle yoga’s je aanraden je eigen verstand vast te houden. Schiet dat tekort, dan is je intuïtie aan de beurt. Het jubileumnummer van het tijdschrift Prana uit 1993 bevatte nog veel meer over universele religie, zowel van Vivekananda als van commentatoren. Bijvoorbeeld: universele religie mag geen intellectuele, sociale of politieke vrijheden beknotten. Het absoluut hoogste goed is maximale ontplooiing van ieders persoonlijke spiritualiteit. Spiritualiteit te verstaan als geestelijke ontwikkeling, in de eerste plaats in transcendente zin, dus de mens overstijgend, maar ook in intellectuele zin. In ieder geval bewustwording van universele waarden die boven etnische, ideologische of godsdienstige verschillen uit gaan. Vrijmetselarij is mijns inziens één voorbeeld van zo’n spiritualiteit. Dat wereldparlement van religies had mij geïmponeerd. Ik wilde weten of het meer was dan een proefballon. Gelukkig hoef je daarvoor dank zij het internet geen bibliotheken meer door te spitten. Wat vond ik? Het lijkt wel alsof er eerst twee wereldoorlogen voor nodig waren, maar in 1993, precies een eeuw later, is dat parlement herhaald, weer met ongeveer 8000 participanten. Daar werd een organisatie gesticht, en besloten om met tussenpozen van ongeveer vijf jaar elkaar te blijven ontmoeten. En dat gebeurde, in 1999 in Kaapstad en in 2004 in Barcelona, beide weer met rond 8000 participanten uit 75-80 landen. Een zoekpartij op het Internet met de term ‘Universal Religion’ leverde 17.800 hits. Ik heb de eerste honderd ervan bekeken. Mijn hoofdindruk was dat de behoefte aan wereldverbetering alom onderschreven wordt, en dat het aantal groepen en organisaties die dat zeggen na te streven, groot is. En ik herkende ook dingen die Vivekananda een eeuw geleden al noemde: religies die hun eigen filosofie als universeel aanbieden of opdringen, met apocalyps dreigen als je niet luistert, plannen tot wereldverbetering met weinig of geen spiritualiteit, een stroming die zich ‘cosmosofie’ noemt en de rede als basis voor een universele filosofie ziet, en zelfs een beredeneerde terugkeer naar het zoroastrisme. Als je in die erwtensoep wederzijds respect zou kunnen toveren, zou je al een aardig stuk universele religie hebben. Wat ik uit het hindoeïsme tegenkwam was opvallend anders van toon dan de rest. Het was de enige stroming die op zijn eigen diversiteit en tolerantie wees als pluspunten, met een kretologie die verwant leek met die lezing van Vivekananda. Het bevestigde wat ik elders gelezen heb over het vermogen van het hindoeïsme om schijnbaar onverenigbare opvattingen toch in harmonie bij elkaar te houden. Het hindoeïsme claimt dat het ‘the earliest religion of mankind’ is, dat praktisch de hele wereld ooit Vedisch was, met redeneringen die lijken op die van vrijmetselaren als die over hun maçonnieke archeologie vertellen. Een sterk punt vond ik dat het hindoeïsme inderdaad even tolerant schijnt te zijn als de vrijmetselarij. Binnen het hindoeïsme heersen nog sterker uiteenlopende opvattingen dan in het monotheïsme, maar in India gaat dat al een paar duizend jaar in harmonie in plaats van met schisma’s en geweld. Van de Indiase culturen in het algemeen vond ik veel in het boek Op zoek naar de bronnen van onze beschaving van Michael Wood, dat ook een Teleac cursus begeleidde. Ik citeer: “India is buitengewoon gezegend en creatief geweest op elk terrein van het menselijk kunnen. Als we één kenmerkend onderdeel van de erfenis zouden moeten kiezen — en dat zou een Westerse keuze zijn — dan is het misschien dat India de geestelijke speurtocht in het midden van het bestaan heeft geplaatst op een manier waarop geen enkele andere beschaving het gedaan heeft. Vanaf de oudheid heeft India de doelen van de beschaving heel anders gedefinieerd dan het Westen. Het Westen bracht als idealen het individualisme, materialisme, rationaliteit en mannelijkheid voort. De grootse traditie van India heeft daarnaast geweldloosheid, zelfverloochening, het innerlijke leven en het vrouwelijke beschouwd als de steunpilaren van de beschaving. En gedurende alle triomfen en rampen uit haar geschiedenis heeft ze vastgehouden aan dat ideaal. De geschiedenis is bezaaid met rijken van het zwaard. Alleen India heeft een rijk van de geest voortgebracht.” Speciaal t.a.v. het hindoeïsme refereer ik aan een artikel van de filosoof/theoloog Dr. Bruno Nagel in het tijdschrift Filosofie 2003/2 over de wijsbegeerte van het Hindoeïsme. Ik citeer: “Op het Indiase subcontinent hebben zich vanaf de eerste helft van het millennium voor Christus vormen van systematische reflectie ontwikkeld die vergelijkbaar zijn met wat in het westen filosofie genoemd wordt. [....] Daarbij valt op, hoe de hindoeïstische filosofie meestal voorrang geeft aan orde, samenhang, eenheid en onvergankelijkheid, terwijl de boeddhistische filosofie daartegenover doorgaans de nadruk legt op instabiliteit, verbrokkeling en vergankelijkheid van de menselijke levenswerkelijkheid. Ondanks de diepe verwantschap op het vlak van het meditatieve bevrijdingsdoel hebben alle richtingen scherp met elkaar gediscussieerd, vanuit een besef dat intellectuele helderheid geen vijand is van een bevrijd bewustzijn, maar daartoe juist een bijdrage kan leveren.” Betekent dat nu dat we allemaal hindoe zouden moeten worden? Zeker niet, ik noem het hindoeïsme alleen maar om zo’n initiatief als van de hindoe Vivekananda begrijpelijk te maken. Hij stond daar niet te preken als een individu met een persoonlijk visioen, maar als exponent van een duizendjarige traditie van harmonie tussen tegengestelden, van samenleven met acceptatie van verschillen. En dat is weer een aanwijzing dat mijn utopie van een universele religie niet 100% illusie hoeft te zijn. U kent het gezegde ‘ex oriënte lux’, het licht uit het oosten, dat al eeuwenlang gezegd wordt, ook in de terminologie van de bijbel en van de vrijmetselarij. Maar mijn mening is dat het geestelijke licht niet alleen uit het Oosten komt en ook niet hoeft te komen. Ik neig meer in de richting van wat Prof. Libbrecht zegt, als pionier in de comparatieve filosofie. Hij bepleit in zijn boek Burger van de wereld zoiets als “van de drie culturen (India, China, Westen) heeft er niet één genoeg in huis voor wereldburgerschap. Er één uitkiezen kan dus niet, integreren ook niet. Verdiep je zonder waarde-oordelen vooraf in alle drie, probeer de overeenkomsten en de verschillen te begrijpen, en kies daaruit je persoonlijke menu.” Mijn idee. En het past helemaal in dat visioen van Vivekananda. En, schrik niet, ook min of meer in wat Michel Foucault in de 20e eeuw levenskunst noemde. Zijn er tekenen in goede richting? Ik dacht van wel. Niet op het niveau dat je in de krant leest, maar wel bij de denkers. De kenmerken van beschaving, cultuur, spiritualiteit, godsdienst, wetenschap, kunst e.d., ontstaan niet toevallig, maar als vruchten van origineel, soms vernieuwend denken van visionaire voormannen, die wij filosofen noemen, soms ook profeten, heiligen of wetenschappers. Op het Aziatische continent hebben zich drie grote, sterk verschillende beschavingen ontwikkeld, de Indiase, de Chinese en de westerse. De wederzijdse belangstelling, in ieder geval vanuit het westen, neemt toe, nu met open mind, minder gehinderd door kerkelijke macht. Vooral sinds onze culturele revolutie van de jaren zestig is de comparatieve filosofie flink gegroeid, tot onderwijs op academisch niveau toe. En mede dank zij het mondiale zenuwstelsel Internet acht ik de kans reëel dat culturele uitwisseling richting universele religie gaat werken. Nog een grond van mijn positieve inschatting vond ik in een boek van Willis Harman Omwenteling uit 1988. De Engelse titel Global Mind Change klopt beter met de inhoud. De hoofdstelling van dat boek is dat er een verschuiving aan de gang is op het meest fundamentele niveau in het wereldbeeld van de westerse mens. Harman spreekt met gezag van jarenlang onderzoek. Wie geïnteresseerd is, kan van mij een synopsis van dat boek krijgen. Ik laat het hierbij omdat mijn verhaal al lang genoeg is. Voor de grap heb ik een paar van die kriteria van 'universele religie' eens naast de vrijmetselarij gelegd: 1. In een universele religie moet iedere eerlijke overtuiging gerespecteerd worden. — Dat doet de vrijmetselarij. 2. Universele religie moet alle vier genoemde mensentypen aanspreken (werker, gevoelsmens, mysticus en filosoof) — Lijkt mij geen probleem als we voor de samenleving begrijpelijk blijven. 3. Universele religie mag geen intellectuele, sociale of politieke vrijheden beknotten. — Onze vertrouwelijkheidsgelofte zou een probleem kunnen zijn. Ik vind dat die alleen interpersoonlijke zaken zou moeten betreffen. En scheiding tussen mannen en vrouwen zou je als een beknotting van sociale vrijheid kunnen zien. 4. Maximale ontplooiing van ieders persoonlijke spiritualiteit, in transcendente en intellectuele zin, wordt als het absoluut hoogste goed gesteld. In ieder geval bewustwording van universele waarden die boven etnische, ideologische of godsdienstige verschillen uitgaan. — Dit kriterium zou mijns inziens alleen theoretische problemen kunnen geven, geen praktische. Let wel, ik presenteer dit niet als een doorwrochte vergelijking, maar als springplank voor nadenken en discussie. Eén stap die zeker aan alles moet voorafgaan is: al je eigen vóóroordelen kritisch bekijken. |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
Mail to promeijn@promeijn.nl |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||